Belgische EVIDENCE-data
Prof. Patrick Durez (UCL, Brussel) stelde de Belgische data voor uit de EVIDENCE-studie. Die studie onderzocht het gebruik van NSAID voor reumatische aandoeningen in de huisartspraktijk.
EVIDENCE staat voor European Overview of GI events and pain relief in NSAID treated patients: a clinical epidemiology trial. De Europese studie werd in niet minder dan twaalf landen gevoerd, waaronder België. De studie is prospectief, multicenter en observationeel over ongeveer zes maanden. Ze werd opgezet om het routinegebruik van NSAID voor reumatische aandoeningen door huisartsen in beeld te brengen. Daarin zijn vervat: het bepalen van pijnverlichting in de dagelijkse praktijk, het omgaan met gastro-intestinale nevenwerkingen, de compliance en andere problemen die met NSAID-behandeling gepaard gaan.
De studiegegevens
De doelstelling was om de incidentie te kwantificeren van symptomen van gastro-intestinale nevenwerkingen die gerapporteerd waren door patiënten behandeld met NSAID voor artrose, reumatoïde artritis (RA) en ankyloserende spondylitis (AS). De patiënten moesten minimaal twee weken en maximaal twaalf weken met NSAID behandeld zijn. De follow-up was zes maanden en bestond niet alleen uit klinische gegevens maar ook uit vragenlijsten over pijn en gastro-intestinale veiligheid. In totaal werden 4.319 patiënten geïncludeerd, onder wie 680 Belgen. Tot de inclusiecriteria hoorden een of verschillende gastro-intestinale risicofactoren.
Baselinekenmerken
Prof. Durez vatte de baselinekenmerken van de patiënten samen. 64 % waren vrouwen; de gemiddelde leeftijd was 67,2 ± 11,78 jaar. Artrose kwam het meest voor (92 %), gevolgd door RA (7 %) en AS (2 %). Minder dan de helft (40 %) had een voorgeschiedenis van gastro-intestinale symptomen of complicaties (buikpijn, oesofagitis, maagzweer, gastritis). Slechts 33 % gebruikte een protonpompinhibitor in de voorgaande twaalf weken. 27 % had nevenwerkingen met de actuele medicatie. 56 % stopte de antipijnmedicatie als ze zich beter voelden en 28 % ook de anti-ulcusmedicatie. Besluit: gastro-intestinale nevenwerkingen zijn frequent in deze populatie en zouden beter kunnen worden opgevangen.s