Kan heupmorfologie artrose voorspellen?
Artrose veroorzaakt progressieve schade aan de gewrichten, wat pijn en handicap met zich meebrengt. Klassieke risicofactoren zijn leeftijd, geslacht en BMI. Is het evenwel mogelijk om patiënten met hoog risico op artrose te identificeren, bijvoorbeeld op basis van de heupmorfologie?
Dr. Joyce Van Meurs (Erasmus Medisch Centrum Rotterdam) zocht dat uit in de Rotterdamcohorte. Er zijn verschillende redenen die aangeven waarom het nuttig is om de patiënten met hoog risico voor progressieve artrose te kennen. De eerste is voor de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen en het vinden van biochemische merkers die de respons op de behandeling kunnen voorspellen. Maar ook voor de preventie van artrose: het is onmogelijk om iedereen nauwkeurig op te volgen, dus moeten we de hoogrisicopatiënten eruit kunnen halen.
Mortaliteit hoger bij artrose
Eigenlijk bestaat de Rotterdamcohorte uit drie cohortes. De eerste werd gestart einde jaren 90, de tweede in 2000 en de derde in 2008. Niet alleen artrose maar alle ouderdomsgebonden ziekten worden erin bestudeerd.
Heupmorfologie bepalen
Een van de manieren om de gewichtsschade te meten is gebruik te maken van de heupmorfologie. Om de predictieve bruikbaarheid ervan te onderzoeken werden meer dan 1.200 heupradiografieën van patiënten met een baseline Kellgren & Lawrence (KL)-score tussen 0 en 1 vergeleken, na 6,5 jaar en na elf jaar. Heupartrose werd bevestigd bij een KL-score > 2 of een totale heupprothese. Twee methoden werden gebruikt om de heupmorfologie te bepalen. "In de 'active shape modelling' hebben we 67 punten rond elk heupgewricht vastgelegd. Door alle variaties samen te nemen konden we 24 modellen identificeren die 90 % van de gevallen omvatten. Een tweede meer klassieke methode bestaat erin om gepredefinieerde geometrische parameters te gebruiken. Die meten alle lengtes en hoeken in de heup. Alle metingen die met artrose gepaard gaan, zijn in de literatuur te vinden. De resultaten na 6,5 jaar wijzen op een significante associatie van model 5 en 9 met een hoger risico op artrose. Anderzijds worden ook drie parameters met artrose geassocieerd: een triangulaire index, de breedte van de hals en de breedte van de pelvis. "
Voorspellende factoren testen
Daarvoor werden de ROC-curve (specificiteit versus specificiteit) en de AUC gebruikt (AUC = 1 is de ideale test en AUC = 0,5 betekent dat de test geen voorspellende waarde heeft). Daaruit bleek dat de heupmorfologie alleen slechts matig predictief is voor artrose (AUC = 0,67), vergelijkbaar met leeftijd, geslacht en BMI samen (AUC = 0,66). Leeftijd, geslacht, BMI én KL-score doen het samen beter (AUC = 0,81). Het toevoegen van de variatie in heupmorfologie aan die vier levert slechts een kleine toegevoegde bijdrage voor de predictie van artrose (AUC = 0,84). Bovendien neemt de voorspellende waarde van heupgeometrie en van de gekende klinische risicofactoren af met een langere follow-up.