Ankyloserende spondylitis: ja, neen, nog niet of nooit?
Kan je vandaag structurele schade - bij SpA betekent dat ankylose - vermijden door de diagnose van spondylartropathie (SpA) vroeg te stellen, met andere woorden de vroege inflammatie te herkennen? Dr. Filip Van Den Bosch (UZ Gent) gaf hierop antwoord. Eerst en vooral moet je het diagnoseprobleem aanpakken.
"Om over vroege diagnose iets te zeggen, moeten we weg van de klassieke denkwijze over SpA. Klassiek staat ankyloserende spondylitis (AS) centraal, met daarrond een aantal ziekten die eraan gelinkt zijn door gemeenschappelijke klinische, genetische, en radiologische kenmerken, zoals psoriatische artritis, artritis bij chronische inflammatoire darmziekten... Maar dan kan er een groot interval zijn tussen de eerste symptomen en het moment waarop de ziekte wordt gediagnosticeerd: het gemiddelde uitstel bedraagt zeven jaar", legt dr. Van Den Bosch uit.
Rugpijn basis voor classificatie
De classificatie van SpA berust op arbitraire tekens die ook als diagnostische criteria werden aangenomen: zo moet de sacroiliitis bilateraal graad 2 zijn en unilateraal graad 3. Maar bij een graad 2 rechts en een graad 1 links en een positief klinisch beeld, wordt de diagnose van AS toch vaak als definitief beschouwd.
Progressie op twee manieren
Slechts een aantal patiënten met niet-radiologische axiale SpA zullen ankylose ontwikkelen. De beste gegevens over die progressie komen uit een Duitse studie: op 100 patiënten met ongedifferentieerde polyartritis, die een SpA zou kunnen zijn, is 50 tot 60 % na vijf tot tien jaar geëvolueerd naar ankylose, 25 % blijft ongedifferentieerde niet-radiografische SpA, en 25 % evolueert anders, bijvoorbeeld tot een psoriatische artritis. "Uit de Gent inflammatory artritis and spondylitis cohorte (Giant cohorte) weten we, en dat bleek in harmonie met eerdere Duitse gegevens, dat BASDAI, totale pijn en BASFI vergelijkbaar zijn tussen patiënten met AS en niet-radiografische axiale SpA. Ook het aantal extra-articulaire manifestaties is vergelijkbaar. "
Waar zit het verschil?
Dat blijkt uit een recente Nederlandse studie(1): voor dezelfde patiëntgerapporteerde last, hebben patiënten met AS hogere inflammatoire parameters: CRP (8,0 versus 3,8 ng/ml) en inflammatoire letsels op MRI (2,0 versus 0,0), vergeleken met patiënten met niet-radiografische axiale SpA. "Ook opvallend was dat een BASDAI > 4, wat een kritiek punt is om behandeling te starten, even vaak voorkwam als een BASDAI < 4 in beide groepen. Patiënten met AS hebben een hogere inflammatoire status, onafhankelijk van de BASDAI status. "