AIR-STEMI: betere selectie van de te behandelen letsels na een STEMI
Bij patiënten met een STEMI en meertakscoronairlijden wordt een volledige revascularisatie aanbevolen. Wat is de beste manier om stenosen in beeld te brengen die niet verantwoordelijk zijn voor het infarct, maar waarvoor toch een angioplastiek geïndiceerd is? De AIR-STEMI-studie, die is gepubliceerd in the New England Journal of Medicine, heeft revascularisatie gebaseerd op de functionele weerslag van de coronaire stenosen bij coronariografie vergeleken met een revascularisatie enkel gebaseerd op de ernst van de stenose.
AIR-STEMI is een internationale, gerandomiseerde studie uitgevoerd in 21 centra in Italië en Pakistan bij 1823 patiënten met een STEMI en een meertakscoronairlijden na een geslaagde angioplastiek van de kransslagader die verantwoordelijk was voor het infarct. De patiënten werden gerandomiseerd naar revascularisatie op geleide van een fysiologische evaluatie van de coronaire stenosen (n = 913) en een strategie gebaseerd op een klassieke coronariografie (n = 910).
38% lager risico op klinische accidenten
In de groep waarin werd uitgegaan van een fysiologische evaluatie, werd de fractionele flowreserve (FFR) direct geraamd uitgaande van de angiografische beelden zonder katheter om de druk te meten en zonder toediening van een geneesmiddel dat een hyperaemie bewerkstelligt. Enkel letsels met een FFR ≤ 0,80 werden behandeld, waarbij de angioplastiek dus werd uitgevoerd na analyse van het drukverloop in de desbetreffende kransslagader.
Het primaire eindpunt was een samengesteld eindpunt van overlijden ongeacht de doodsoorzaak, myocardinfarct, CVA of TIA en nieuwe revascularisatie wegens ischemie.
Tijdens een mediane follow-up van 17,9 maanden heeft een van de items van het primaire samengestelde eindpunt zich voorgedaan bij 8,9% van de patiënten van de eerste groep en bij 13,7% van de patiënten in de tweede groep (HR 0,62; 95% BI: 0,47-0,83; p < 0,001).
Ook de incidentie van myocardinfarct was lager in de eerste groep (3,8% versus 8,0%) evenals het aantal nieuwe revascularisaties wegens ischemie (3,2% versus 5,2%). Er is echter geen verschil in de totale sterfte gemeten (3,9% versus 5,1%).
Minder angioplastiek, minder complicaties
De fysiologische evaluatie werd uitgevoerd teneinde enkel de functioneel significante vernauwingen te behandelen. In die groep werd 52% van de kransslagaders die niet verantwoordelijk waren voor het infarct, behandeld tegen 94,9% in de tweede groep.
Het primaire eindpunt van veiligheid was een samengesteld eindpunt van acute contrastnefropathie en ernstige bloeding. Ook dat eindpunt heeft zich minder vaak voorgedaan in de eerste groep (4,6% versus 7,1%; HR 0,63; p = 0,02). Volgens de AIR-STEMI-studie zou een selectie van de stenosen volgens hun functionele weerslag de klinische resultaten kunnen verbeteren en zou dan tevens minder vaak een angioplastiek worden uitgevoerd. Uit de studie kan echter niet worden afgeleid of de betere resultaten toe te schrijven zijn aan een preciezere selectie van de te behandelen stenosen dan wel aan een betere plaatsing van de stents. De fysiologische analyses zijn bovendien uitgevoerd in een gecentraliseerd laboratorium. Verder onderzoek is dus wenselijk om na te gaan of die resultaten mogen worden doorgetrokken naar de courante praktijk.
Referentie
Biscaglia S, Erriquez A, Colaiori I, et al. Complete revascularization guided by functional coronary angiography in STEMI. N Engl J Med. 2026;395(10):972-982. doi:10.1056/NEJMoa2605373.