Keizersnede op verzoek: tussen keuze van de moeder en verloskundige voorzichtigheid
In de meeste geïndustrialiseerde landen wordt de laatste decennia alsmaar vaker een keizersnede uitgevoerd. Een keizersnede is soms nodig om de gezondheid van de moeder of het kind te vrijwaren. Het gebeurt echter dat de moeder een keizersnede vraagt, ook als er geen medische indicatie voor bestaat. Dat is nog altijd een punt van discussie. In een recente ‘Clinical Decisions’-rubriek van the New England Journal of Medicine de argumenten pro en contra samen.
Een keizersnede op verzoek zonder medische indicatie roept klinische en ethische vragen op. In België is 21,7% van de kinderen in 2021 op de wereld gekomen via een keizersnede. In the New England Journal of Medicine bespreken experts de belangrijkste argumenten pro en contra.
Argumenten pro keizersnede op verzoek
De voorstanders van een keizersnede op verzoek vinden dat de wijze van bevalling niet alleen mag afhangen van de medische risico’s, maar dat je ook rekening zou moeten houden met de voorkeur, de waarden en de persoonlijke geschiedenis van de patiënte.
Sommige vrouwen zijn bereid zelf een hoger risico te aanvaarden als ze daardoor het risico voor hun kind kunnen verminderen, ook al is het mogelijke nut ervan moeilijk te becijferen. De auteurs herinneren er ook aan dat complicaties die zich kunnen voordoen tijdens een vaginale bevalling, zoals een verloskundig trauma van de pasgeborene, bekkenprolaps en incontinentie minder frequent zijn na een geplande keizersnede. Ze onderstrepen daarnaast dat er over het algemeen vaker complicaties optreden als de keizersnede wordt uitgevoerd na een poging tot bevalling via natuurlijke weg dan bij een geplande keizersnede.
Dan is er nog het probleem van overmedicalisering van de bevalling. In de ARRIVE-studie, een gerandomiseerde studie die is uitgevoerd bij meer dan 6.000 nulliparae die een laag risico liepen, was de incidentie van keizersnede lager na een electieve inductie na 39 weken zwangerschap dan als een afwachtende houding werd aangenomen (18,6% vs. 22,2%; RR 0,84; 95% BI: 0,76-0,93). Nog geen gerandomiseerde studie werd uitgevoerd die electieve inleiding van de arbeid heeft vergeleken met een geplande keizersnede bij vrouwen die een laag risico liepen.
De beperkingen van een systematische aanpak
De voorstanders van een voorzichtiger beleid herinneren er evenwel aan dat complicaties zoals bloeding, infectie en letsels van de nabijgelegen organen ondanks de vooruitgang in de verloskundige chirurgie frequenter zijn na een keizersnede dan na een bevalling via vaginale weg. Ook duurt het herstel van de moeder doorgaans langer.
Een keizersnede verhoogt ook het risico op complicaties bij een latere zwangerschap en met name baarmoederruptuur en placenta accreta spectrum (PAS). De frequentie ervan stijgt met het aantal baarmoederlittekens. Ook zijn vaker vroegere respiratoire complicaties bij de pasgeborene gerapporteerd na een geplande keizersnede.
Dat ligt in de lijn van de aanbevelingen van het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE). Het KCE onderstreept het belang van grondige informatie over de mogelijke gevolgen van een keizersnede uitgevoerd zonder medische indicatie, inzonderheid bij nulliparae die een laag verloskundig risico lopen.
De discussie illustreert echter ook dat alsmaar meer belang wordt gehecht aan een gezamenlijke beslissing in de verloskunde. Je moet de vrouw begeleiden en samen met de vrouw een beslissing nemen op grond van de beschikbare gegevens, de verloskundige context en haar voorkeur.
Opmerkingen en referenties:
1. Volgens de Robson-classificatie is de WHO de mening toegedaan dat de incidentie van keizersnede bij nulliparae met een eenlingzwangerschap met hoofdligging ≥ 37 weken amenorroe in spontane arbeid (groep 1) lager zou moeten zijn dan 10%. In België bedroeg die incidentie 9,5% in Brussel, 10,7% in Vlaanderen en 11,6% in Wallonië in 2021.
2. Pearl A, Minkoff H, Smith GCS. Elective Cesarean Section for Maternal Preference. N Engl J Med. 2026;394(6):603-605. doi:10.1056/NEJMclde2504787.
3. Grobman WA, Rice MM, Reddy UM, Tita ATN, Silver RM, Mallett G, et al. Labor Induction versus Expectant Management in Low-Risk Nulliparous Women. N Engl J Med. 2018;379(6):513-523. doi:10.1056/NEJMoa1800566.
4. Belgian Health Care Knowledge Centre (KCE). HSPA 2024: Caesarean sections (QA8) [Internet]. Brussels: KCE; 2024. Te raadplegen op: https://www.belgiqueenbonnesante.be/metadata/hspa/2024/QA8.pdf