Endocrinologie
Sleutelkenmerken van hormoonverstoorders
Metabolic Disrupting agents (MDA's) of vrij vertaald hormoonverstoorders zijn chemische stoffen, infectieuze of fysieke agentia die het risico op metabole stoornissen verhogen. Op basis van hun effect werden er twaalf sleutelkenmerken van deze MDA’s gedefinieerd.
Het metabolisme is een complex proces dat wordt gereguleerd door hormonen afkomstig uit verschillende weefsels en organen en wordt gecoördineerd door het centrale zenuwstelsel. Klassieke voorbeelden van hormoonverstoorders zijn farmaca zoals antidepressiva (bv. amitriptyline) en sommige antidiabetica (bv. sulfonylurea) en milieuchemicaliën, zoals dichloordifenyltrichloorethaan (DDT), tributyltine (TBT), bisfenol A (BPA), polychloorbifenylen (PCB’s) en perfluoroctaansulfonzuur (PFOS). Verder zijn er voedingsadditieven zoals transvetzuren die MASLD en metabole disfunctie-geassocieerde steatohepatitis kunnen veroorzaken, alsook fysieke (slaap) of infectieuze agentia (hiv-en adenovirussen).
Twaalf sleutelkenmerken
Op basis van de pathofysiologie van stofwisselingsziekten en het effect van omgevingsfactoren hierop onderscheidt men twaalf sleutelkenmerken met invloed op:
- endocriene pancreas waarbij β-cellen worden vernietigd (bv. dioxines).
- het vetweefsel met ontwikkeling van disfunctionele adipocyten met een verminderde glucoseopname en insulinerespons (bv. glucocorticoïdreceptoragonisten, het fungicide tolyfluanid).
- de controle van het zenuwstelsel via de hypothalamus (bv. BPA en phthalaten die de voedselinname en verzadiging beïnvloeden, prenatale blootstelling aan lood wat tot verminderde fysieke activiteit leidt of PFOS dat het basale metabolisme beïnvloedt).
- insulineresistentie (bv. BPA).
- metabole pathways (pesticiden, PCB’s met invloed op epidermale groeifactor).
- de ontwikkeling van bepaalde metabole celtypes via de pluripotente stamcellen, met veranderingen in aantal en type van verschillende metabole cellen, met name adipocyten, pancreas-β-cellen en neuronen (bv. thiazolidinedionen en bepaalde chemicalia uit de landbouw).
- de energiehomeostase: het concept ‘metabool setpoint’ wordt gebruikt om de hoge resistentie tegen gewichtsverlies bij calorierestrictie te verklaren. Bij muizen veroorzaakt blootstelling aan TBT hiervan een verstoring met verhoogde vetopslag.
- de verwerking en verdeling van voedingsstoffen (bv. antiretrovirale farmaca, BPA, TBT,…).
- chronische inflammatie en patho-immunologische processen in de metabole weefsels (bv. BPA, PCB’s,...)
- de gastro-intestinale functie met aantasting van de darmmucosa (bv. ethanol, PCB’s, dioxines,…).
- cellulaire stress en productie van Reactive Oxygen species of ROS (bv. BPA).
- verstoren van het circadiaanse ritme, bv. slaapverstoorders zoals nachtwerk, blootstelling aan blauw licht en lawaai, die steeds vaker in verband worden gebracht met metabole dysfunctie.
De meeste chemische stoffen hebben meer dan één sleutelkenmerk en sommige hebben ze alle twaalf. In principe kunnen de effecten van een stof met meer dan één kenmerk additief of antagonistisch zijn. Op basis van deze kenmerken kan er een bepaald ‘gewicht’ worden gegeven en de risico’s van een specifieke stof beter worden ingeschat.
Bron :
La Merrill MA, Smith MT, McHale CM, et al. Consensus on the key characteristics of metabolism disruptors. Nat Rev Endocrinol. 2025 Apr;21(4):245-261. doi: 10.1038/s41574-024-01059-8.