Dossier
Lage rugpijn treft één op vijf Belgen
In de voorbije twaalf maanden had één op de vijf Belgen last van lage rugpijn. In de meeste gevallen gaat het om aspecifieke rugpijn: er is geen duidelijke medische oorzaak aanwijsbaar. De klachten ontstaan vaak door een verstoord evenwicht tussen spieren, gewrichten en ligamenten in de onderrug. Slechts in minder dan een procent van de gevallen
is er sprake van een specifieke aandoening, zoals een hernia, infectie of wervelfractuur.
Het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) publiceerde een klinische richtlijn voor de aanpak van acute en chronische lage rugpijn. Daarin staat ‘de-medicalisering’ centraal: rugpijn geneest doorgaans spontaan. Onnodige medische beeldvorming wordt afgeraden, en patiënten worden aangemoedigd om actief te blijven.

Typische klachten en alarmsignalen
Lage rugpijn situeert zich tussen de onderste ribben en de bilplooi en kan uitstralen naar de billen of bovenbenen. De klachten variëren van zeurende tot scherpe pijn, vaak gepaard met stijfheid na lang zitten of liggen. Bukken, draaien of rechtstaan kan moeilijk verlopen. Er zijn echter ook alarmsignalen. Bij spierkrachtverlies, gevoelloosheid rond het zitvlak of problemen met urinecontrole is onmiddellijk medisch advies noodzakelijk. Dergelijke symptomen kunnen wijzen op een ernstiger onderliggende oorzaak.
In een beperkt aantal gevallen schuilt achter lage rugpijn een ernstige aandoening, zoals een breuk, tumor of ontstekingsziekte. Artsen zijn opgeleid om deze zogenoemde ‘rode vlaggen’ tijdig te herkennen.
Bij radiculaire pijn, beter bekend als ischias, raakt een zenuwwortel geïrriteerd ter hoogte van de wervelkolom. Hoewel de pijn heviger kan zijn en uitstraalt naar het been, blijft de basisaanpak grotendeels gelijk: geruststellen en beweging stimuleren. Enkel bij duidelijk spierkrachtverlies volgt doorgaans een doorverwijzing van de huisarts naar een specialist,
zoals een neurochirurg of orthopedisch chirurg.
Zelfzorg als uitgangspunt
Volgens de richtlijnen is lage rugpijn in de meeste gevallen onschuldig en zelflimiterend. De kern van de behandeling bestaat uit actief blijven en het vermijden van overmatige medicalisering.
Patiënten krijgen het advies hun dagelijkse activiteiten zo veel mogelijk voort te zetten. Beweging bevordert het herstel en voorkomt stijfheid. Rekoefeningen en core-stabilitytraining kunnen de rompspieren versterken en de houding verbeteren. Ook ergonomische aanpassingen op de werkplek – zoals een aangepaste stoel en correcte
tafelhoogte – spelen een belangrijke rol.
De kern van de behandeling bestaat uit actief blijven en het vermijden van overmatige medicalisering.
Risico op chronische pijn
De afgelopen jaren groeide het inzicht dat lage rugpijn een zogenoemde biopsychosociale aandoening is. Dat betekent dat naast lichamelijke factoren ook psychologische en sociale elementen een rol spelen.
Bij een kleine groep patiënten evolueert de pijn naar een chronisch probleem. Factoren zoals angst, pessimisme, de overtuiging dat er ernstige schade is, of spanningen op het werk verhogen het risico op langdurige klachten. Deze patiënten kunnen in een vicieuze cirkel terechtkomen waarin pijn, bezorgdheid en inactiviteit elkaar versterken.
Zorgverleners worden daarom aangemoedigd om het risico op chronificatie vroegtijdig in te schatten. Bij verhoogd risico wordt de basisaanpak uitgebreid met intensievere begeleiding. Dat kan bestaan uit kinesitherapie, manuele therapie, psychologische ondersteuning of een multidisciplinair revalidatieprogramma. Indien nodig worden ook ergonomische of sociale maatregelen betrokken in het behandelplan.
Werkhervatting als doel
Een belangrijk uitgangspunt in de richtlijn is het stimuleren van een snelle terugkeer naar activiteit. Werkhervatting – ruim geïnterpreteerd als het hernemen van professionele of dagelijkse bezigheden – geldt vanaf de eerste dag als doelstelling van de behandeling. Volgens het KCE draagt actief blijven niet alleen bij tot lichamelijk herstel, maar vermindert
het ook het risico op langdurige uitval en chronische klachten.
>> KCE Reports 287A