Meer dan alleen een vleugje olie
Essentiële oliën mogen dan wel door sommigen vooral gebruikt worden omdat ze een heerlijke geur verspreiden, het effect dat ze hebben door de opname via de huid is soms uitzonderlijk doeltreffend.
Of het nu om de Arabische wereld gaat, Indië, China, Griekenland of Egypte... de geschiedenis toont aan dat de mens zich altijd erg aangetrokken heeft gevoeld door het plantenrijk en zijn medische toepassingen. In het moderne Europa was het de Franse chemicus Gattefossé die, eind de jaren '20, de term 'aromatherapie' heeft geïntroduceerd. Andere artsen en apothekers (Valnet, Sévelinge...) zijn in zijn voetsporen gestapt en hebben zijn ontdekkingen vervolmaakt zodat we nu een veel beter zicht hebben op de natuurlijke therapeutische kracht van natuurlijke oliën.
Latijn
Elke essentiële olie heeft zijn eigen geur die bepaald wordt door het gedeelte van de plant dat wordt verwijderd, de plaats waar hij wordt aangetroffen, het moment van de oogst. Al deze parameters vragen dan ook een specifieke, wetenschappelijke benaming die teruggrijpt naar het Latijn (en die verwijst naar soort, variëteit...) en het chemotype naargelang de medische toepassing die wordt nagestreefd. Bij de samenstelling van deze chemotyped etherische oliën (CTEO) vinden we verschillende families terug (de aromaat-fenolen, terpenteen alcoholen, aromatische aldehyden, terpeen aldehyden, terpeen ketonen, terpenen....) die de therapeutische weldaden vertegenwoordigen, maar ook hun specifieke toxiciteit. Neem bijvoorbeeld de essentiële olie van tijm ( Thymus vulgaris) die een ontstekingsremmend effect heeft. Het chemotype thujanol is zeer veilig te gebruiken, in tegenstelling tot het chemotype thymol dat corrosief is voor de huid en hepatotoxisch bij herhaalde hoge dosering. Het direct aanbrengen van essentiële oliën op de huid is doeltreffend en snel, maar kan een aantal risico's inhouden. Naargelang de graad van verdunning kan er een lokale reactie zijn (acne, branderigheid, littekenvorming, eczeem,...), een reactie van het perifeer zenuwstelsel of een reactie in de reflexzones (plexus). Een verdunning van 1 procent is voldoende om een dermocosmetisch effect te bekomen. Willen we een krachtiger effect, dan moeten we gaan naar een verdunning van 30 procent. De mate van penetratie van de CTEO is afhankelijk van de olie (zonnebloemolie, druivenpittenolie...) en de CTEO die in pure toestand wordt gebruikt en een effect heeft op systemisch niveau (immuundeficiëntie, infectie...).
Voorzorgen
Terwijl veel essentiële oliën een hoog anti-infectiegehalte hebben, hebben vooral oliën die rijk zijn aan fenolen, aromatische aldehyden en terpenen (zie tabel 1) een irriterend effect op de huid en de slijmvliezen. Zij moeten dan ook verdund worden tot 10 à 20 procent in een olieachtige substantie.