Ziekte van Alzheimer: psychotrope farmaca ter discussie gesteld

Patiënten met een ziekte van Alzheimer vertonen vaak neuropsychiatrische verschijnselen (soms nog voor de cognitieve functies beginnen af te takelen), waarvoor vaak allerhande psychotrope farmaca worden voorgeschreven. Is dat gewettigd? Is dat niet gevaarlijk?
Een Amerikaans longitudinaal observatieonderzoek heeft met gevalideerde tests het effect van antidepressiva, antipsychotica en benzodiazepines op de cognitieve functies, het functioneren en de neuropsychiatrische toestand geëvalueerd bij ongeveer 8.000 Amerikaanse patiënten van gemiddeld 75 jaar met de ziekte van Alzheimer en een initiële MMSE-score van gemiddeld 21. Die patiënten bij wie psychotrope farmaca waren voorgeschreven (antidepressiva 50%, antipsychotica 12% en benzodiazepines 10%), werden gematcht met patiënten die de psychotrope farmaca niet kregen, volgens een propensity score gebaseerd op de klinische kenmerken en de dementiescores.
Tijdens een gemiddelde follow-up van drie jaar bleek het nut van de geëvalueerde psychotrope farmaca op zijn minstens zeer twijfelachtig te zijn.
- Met geen enkel waren de neuropsychiatrische verschijnselen verbeterd.
- Niet-selectieve serotonineheropnameremmers correleerden met een iets betere algemene functionele toestand, maar het verschil was zeer klein en waarschijnlijk niet klinisch significant.
- Atypische antipsychotica correleerden met een sterkere achteruitgang van de cognitieve functies en de algemene functionele toestand.
Alle psychotrope farmaca kunnen bovendien bijwerkingen veroorzaken, die soms ernstig zijn. Daarom raden de onderzoekers de grootste voorzichtigheid aan bij het voorschrijven van psychotrope farmaca en vooral atypische antipsychotica aan alzheimerpatiënten.
Naar Oh ES et al. J Am Geriatr Soc. 2021; 69: 955-63.
https://agsjournals.onlinelibrary.wiley.com/doi/10.1111/jgs.16970