Geestelijke gezondheidszorg en neurocognitieve zorg
Wzc's moeten zich heroriënteren
In woonzorgcentra (wzc's) wonen steeds meer ouderen met neurocognitieve stoornissen zoals dementie en psychiatrische kwetsbaarheden zoals depressie en angstgevoelens. Tegelijkertijd is de residentiële ouderenzorg in ons land voornamelijk gericht op lichamelijke zorgbehoeften. Psychosociale kwesties krijgen niet genoeg aandacht. Daarvoor waarschuwt de Hoge Gezondheidsraad (HGR), het wetenschappelijk adviesorgaan van de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu, donderdag in een advies.
De Hoge Gezondheidsraad ziet een kloof gapen in de woonzorgcentra. Enerzijds zijn er de behoeften van bewoners op het vlak van geestelijke gezondheidszorg en neurocognitieve zorg. Anderzijds zijn de opleidingsprogramma's, evaluatie-instrumenten, personeelsnormen en financieringsmechanismen van de residentiële zorg voornamelijk gericht op lichamelijke zorg. Dat leidt tot een verminderde levenskwaliteit voor de bewoners en een verhoogd risico op burn-out voor de verzorgers. Om die kloof te dichten, pleit de Hoge Gezondheidsraad voor een transformatie van de ouderenzorg op basis van vijf pijlers.
Zorg moet vertrekken vanuit het individu, met zorgplannen die rekening houden met de individuele levensgeschiedenis, voorkeuren en behoeften. Daar horen ook kwesties zoals waardigheid, spiritualiteit, zingeving en vragen over het levensproject bij.
Persoonsgerichte benadering
Die persoonsgerichte benadering begint bij de opname. Woonzorgcentra moeten bij nieuwe bewoners een gestandaardiseerde screening van de geestelijke gezondheidszorg uitvoeren, gekoppeld aan een interdisciplinaire aanpak om verwardheid, probleemgedrag en psychosociale symptomen op te sporen, binnen een gericht preventieprogramma.
Ook het medicatiegebruik vraagt een persoonsgerichte aanpak. Waar mogelijk moeten woonzorgcentra en zorgverleners medicatie zorgvuldig afbouwen, op niet-medicamenteuze alternatieven inzetten en psychosociale interventies ondersteunen, waarbij ze samenwerken met specialisten in het veld.
Die alternatieven en interventies bevinden zich vooral in relationele en mensgerichte zorg. Beweging, muziektherapie en herinneringen ophalen hebben een positief effect op het welzijn van bewoners en hun levenskwaliteit.
Tot slot moeten mantelzorgers, familieleden en naasten actief betrokken worden bij de planning en de opvolging van de zorg. Om sociale contacten verder te stimuleren en isolement te vermijden, kunnen woonzorgcentra zich nog meer integreren in de bredere gemeenschap.
Arbeidsomstandigheden
Tegelijkertijd vraagt de Hoge Gezondheidsraad aandacht voor zorgverleners. Goede arbeidsomstandigheden, stabiliteit binnen teams en duidelijke taakverdelingen zijn essentieel om de werkdruk beheersbaar te houden. Door interdisciplinaire samenwerking te stimuleren en in opleiding en bijscholing te investeren kunnen woonzorgcentra de vaardigheden van personeel versterken en burn-out voorkomen.
Residentiële zorg is een gedeelde verantwoordelijkheid, die een nauwe samenwerking vereist tussen beleidsmakers, zorginstellingen en zorgverleners, benadrukt de Hoge Gezondheidsraad. Regelgeving en financiering moeten worden afgestemd op de toenemende complexiteit van de zorgnoden van ouderen in woonzorgcentra. De Hoge Gezondheidsraad haalt de hervormingen die in 2024 in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zijn doorgevoerd, aan als voorbeeld van hoe verschillende principes uit het advies naar de praktijk kunnen worden vertaald.
Voor Vlaams minister van Welzijn Caroline Gennez (Vooruit) versterkt het advies haar visie dat een woonzorgcentrum meer moet zijn dan een plek waar mensen enkel verzorging krijgen. "Het is ook een thuis waar mensen samenwonen- en leven. Goeie relaties, meer inspraak en zelfbeschikking zijn daarin essentieel", zegt ze in een reactie.
Complexere zorgnoden
Omdat de zorgnoden van ouderen steeds complexer worden, heeft het personeel in woonzorgcentra ook andere vormen van expertise nodig. Een diverser team van medewerkers zal er dan ook voor zorgen dat de ondersteuning en zorg beter kan worden afgestemd op de noden van de bewoners. "Minister Gennez bereidt deze hervorming momenteel voor samen met de ouderenvertegenwoordigers, de werkgevers en de werknemers in de sector", klinkt het.
Zo wil Gennez het makkelijker maken voor woonzorgcentra om meer medewerkers aan te nemen die gespecialiseerd zijn in psychosociale en geestelijke gezondheid. Daarnaast moeten directies meer ruimte krijgen om creatief te zijn. "Zo leveren begeleiders wonen en leven fantastisch werk met de organisatie van leuke en zinvolle dagbesteding voor bewoners. Dat kan zelfs leiden tot minder gebruik van bepaalde geneesmiddelen", aldus de minister.