Natuur en cognitieve gezondheid gaan goed samen

Een nieuw onderzoek (1) heeft een verband aangetoond tussen groene ruimtes en de geestelijke capaciteit van bejaarden. Bij bejaarden die dicht bij een groene ruimte leven, takelen de cognitieve functies minder af.
Als dat onderzoek wordt bevestigd door andere studies, zou dat een stevig argument moeten zijn om gerichte maatregelen te nemen om de aftakeling van de cognitieve functies tegen te gaan bij bejaarden die in een stedelijke omgeving wonen en om zo hun levenskwaliteit te verbeteren. De auteurs pleiten ervoor om groene ruimtes te vrijwaren en de hoeveelheid groene ruimtes te vergroten.
Wetenschappers uit Barcelona hebben in 2015 aangetoond dat wonen in een groene omgeving gunstige invloed heeft op de cognitieve vermogens en de schoolresultaten van kinderen (2). Nu tonen ze aan dat groene ruimtes ook gunstige effecten hebben op bejaarden.
Gedurende tien jaar hebben ze 6506 Britse vrijwilligers van 45 tot 68 jaar van de Whitehall II-cohorte gevolgd. Tijdens het onderzoek werden de proefpersonen driemaal onderworpen aan een batterij van cognitieve tests voor evaluatie van het wiskundige redeneren, het kortetermijngeheugen en de taalvlotheid. De groene ruimtes in het woongebied van de proefpersonen werden geraamd met satellietbeelden. Resultaat? De cognitieve functies gingen 4,6% minder snel achteruit bij de bejaarden die dicht bij groene ruimtes woonden, en dat was nog meer het geval bij vrouwen dan bij mannen.
Die gegevens treden de resultaten bij van onderzoeken die hebben aangetoond dat luchtvervuiling, lawaai, stress en een sedentair leven de achteruitgang van de cognitieve functies versnellen en negatieve invloed uitoefenen op het geheugen.
(referentie:
(1) Environmental Health Perspectives, 11 juli 2018, doi:10.1289/EHP2875,
(2) PNAS, 30 juni 2015, doi: 10.1073/pnas.1503402112)