Schizofrenie: de placenta zou de ontbrekende schakel zijn

Amerikaanse vorsers hebben een verklaring gevonden voor het verband tussen complicaties tijdens de zwangerschap, het genetische risico en de impact ervan op schizofrenie. En alles wijst in de richting van de placenta. De complicaties zouden de expressie van genen in de placenta induceren die de ontwikkeling van dat complexe, multifactoriële syndroom in de hand zouden kunnen werken.
De groep van dr. Daniel R. Weinberger van het Lieber Institute for Brain Developpement, Baltimore, heeft een grote stap voorwaarts gezet bij het ontrafelen van de factoren die bijdragen tot het optreden van schizofrenie. Ze hebben daarvoor de gegevens uitgevlooid van 2800 mensen van wie 2038 met schizofrenie in de Verenigde Staten, Duitsland, Italië en Japan.
De wetenschappers hebben vastgesteld dat het risico op ontwikkeling van schizofrenie bij mensen met een genetische aanleg tot schizofrenie, vijfmaal hoger was in geval van vroege complicaties tijdens de zwangerschap (pre-eclampsie, intra-uteriene groeiachterstand ....).
De studie leert ook dat de link tussen die complicaties en de genetische aanleg tot schizofrenie weleens de placenta zou kunnen zijn. Complicaties, die de bloedtoevoer verminderen, zouden leiden tot expressie van genen in de placenta die meespelen bij de ontwikkeling van schizofrenie bij kinderen. Ook het geslacht zou invloed hebben op het optreden van de ziekte. De placenta van een mannelijke foetus blijkt immers meer genen te bevatten die samenhangen met schizofrenie.
Die ontdekking werpt een nieuw licht op schizofrenie, een geestesziekte die voorkomt bij ongeveer 1% van de wereldbevolking. Daarmee wordt de placenta een koninginnenstuk in een nieuw domein van biologisch onderzoek naar de interactie tussen genen en omgeving.
(referentie: Nature Medicine, 28 mei 2018, doi: 10.1038/s41591-018-0021-y)