Benzodiazepines en overlijden bij dementiepatiënten

Een Finse studie leert dat regelmatig en langdurig gebruik van benzodiazepines of verwante geneesmiddelen het overlijdensrisico bij demente patiënten verhoogt in vergelijking met patiënten die die geneesmiddelen niet innemen. Een sterk signaal voor de artsen die dergelijke patiënten behandelen, om die zeer gevoelige patiënten zoveel mogelijk met niet-farmacologische middelen te behandelen, ook al omdat het overlijdensrisico stijgt van bij het begin van de behandeling.
De internationale en nationale therapeutische richtlijnen raden aan om benzodiazepines en verwante geneesmiddelen bij patiënten met een ziekte van Alzheimer enkel gedurende korte tijd en/of gespreid in de tijd voor te schrijven. Nochtans blijkt het gebruik van die geneesmiddelen te stijgen zodra een diagnose van alzheimer wordt gesteld. Ongeveer een derde van de patiënten wordt chronisch met benzodiazepines behandeld wegens angst, insomnia of agressiviteit. Slechts enkele studies hebben die behandeling geëvalueerd bij alzheimerpatiënten en hebben daarbij vooral gekeken naar het risico op vallen, fracturen, CVA en pneumonie. Bij gebrek aan specifieke gegevens over demente patiënten die in een instelling verblijven, hebben de onderzoekers de totale sterfte onderzocht in die specifieke patiëntengroep. De observatieperiode was zes maanden.
Voorkeur aan niet-farmacologische middelen
De Finse artsen hebben de patiënten geselecteerd in de 'Medication Use and Alzheimer Disease'-cohorte, die alle patiënten met een lichte tot matige dementie telt die in een instelling verblijven in Finland. De studie werd uitgevoerd tussen 2005 en 2011 bij 10.380 patiënten bij wie een behandeling met benzodiazepines werd gestart, en 20.750 patiënten die geen benzodiazepines innamen (controlegroep). De patiënten waren gemiddeld 81 jaar oud. Ongeveer twee derde van de patiënten kreeg benzodiazepines en een derde verwante geneesmiddelen. Tijdens een periode van zes maanden was het overlijdensrisico 41% hoger (significant verschil) bij de patiënten die benzodiazepines kregen. Dat risico was hoger dan het risico dat in andere studies werd gemeten bij patiënten die niet in een instelling verbleven.
De inname van verwante geneesmiddelen verhoogde het overlijdensrisico niet significant. Maar de onderzoekers stellen vast dat het verschil in sterfte tussen de patiënten die benzodiazepines kregen, en de patiënten die verwante geneesmiddelen kregen, klein was zodat niet met zekerheid kan worden gesteld dat die laatste veiliger zijn. Het lagere risico met verwante geneesmiddelen zou volgens de onderzoekers kunnen worden verklaard door het feit dat ze minder werden voorgeschreven.
De studie zegt niets over de doodsoorzaken, maar de belangrijkste doodsoorzaken waren waarschijnlijk fracturen, vallen, pneumonie, ritmestoornissen en slaapapneu. De auteurs concluderen dan ook dat een niet-farmacologische behandeling te verkiezen is bij demente patiënten met psychische en gedragsstoornissen en dat je de oorzaak van een eventuele gedragsstoornis moet opsporen en moet proberen die te behandelen in plaats van die gemakshalve te maskeren.
Ref.: Saarelainen L. et al. Int J Geriatr Psychiatry, online gepubliceerd voor de papieren versie op 15/11/2017.