Ibudilast: van astma tot multipele sclerose

Er bestaat nog geen heel goede behandeling voor een primair of secundair progressieve multipele sclerose, maar daar zou weleens verandering in kunnen komen, te oordelen naar klinische studies die op het recente congres van het ECTRIMS werden gepresenteerd. Eén van de geneesmiddelen die in Parijs werden besproken, is ibudilast. Blijkens de resultaten van de SPRINT-studie zou dat weleens een goede kandidaat kunnen zijn voor neuroprotectie bij MS.
Op het gezamenlijke recente congres van de Europese (ECTRIMS) en de Amerikaanse (ACTRIMS) verenigingen voor onderzoek en behandeling van multipele sclerose is er veel te doen geweest over de primair en secundair progressieve vormen van multipele sclerose (MS). En terecht, want die vormen veroorzaken zeer vaak een ernstige invaliditeit en eigenlijk bestaat er nog geen goede behandeling voor.
Een uniek profiel
Ibudilast is een orale remmer van de fosfodi-esterasen 4 en 10, de macrofagenmigratieremmende factor en bepaalde pro-inflammatoire cytokines zoals interleukine-1-bèta, interleukine-6 en TNF-alfa. Dankzij dat vrij unieke profiel heeft ibudilast bronchusverwijdende, vaatverwijdende en mogelijk neuroprotectieve eigenschappen. Dat is aangetoond in diermodellen. Ibudilast ging ook de hersenatrofie en het optreden van "zwarte gaten" tegen in klinische studies bij patiënten met een RRMS. Ibudilast werd ontwikkeld in Japan en wordt daar ook al gebruikt bij de behandeling van astma en restletsels na een CVA. Ibudilast is er ook geregistreerd als behandeling voor MS. In Europa en de VS is het nog in het stadium van fase 2-studies zoals de SPRINT-studie, waarvan de gedeeltelijke, maar veelbelovende resultaten werden gepresenteerd in de 'Late Breaking News'-sessie, die het congres van het ECTRIMS afsluit.
Een onderzoek over neuroprotectie
De Amerikaanse, multicentrische studie SPRINT-MS werd uitgevoerd bij 255 patiënten met een primair of secundair progressieve multipele sclerose, die in twee even grote groepen werden ingedeeld. Eén groep kreeg een placebo en de andere een stijgende dosering van ibudilast (60, 80 of 100 mg/dag) naargelang van de tolerantie. De patiënten waren gemiddeld 56 jaar oud, 2/3 was van het vrouwelijke geslacht, 50% vertoonde een secundair progressieve MS. De EDSS-score (die de lichamelijke handicap meet) was 5,4 en 1/3 van de patiënten werd behandeld met een ziektemodificerend middel. De duur van de follow-up was 96 weken. De auteurs hebben vooral het effect van de behandeling op de toename van de hersenatrofie bij MRI onderzocht.
Een goede kandidaat
Na 96 weken was de hersenatrofie 48% minder toegenomen bij de patiënten die werden behandeld met ibudilast , in vergelijking met de patiënten van de placebogroep. Het interessantste resultaat van de studie betreft evenwel een van de secundaire eindpunten en meer bepaald het effect van de behandeling op het percentage magnetiseringstransfer bij MRI. Die parameter geeft kwantitatieve informatie over de mate en de voortgang van de demyelinisatie en het verlies van axonen. De behandeling met ibudilast verminderde de toename van het percentage magnetiseringstransfer (en dus van het verlies van myeline en axonen) met 77% in hersenweefsels die er normaal uitzagen, en met 82% in grijze stof die er normaal uitzag. Het betreft nog maar preliminaire resultaten. Binnenkort zullen er nog andere gegevens worden gepubliceerd, waaronder die van OCT van de vezels van de nervus opticus en het netvlies. Volgens de specialisten die commentaar bij de studie hebben gegeven, wijzen die eerste gegevens erop dat ibudilast een goede kandidaat is voor een neuroprotectiestrategie bij progressieve multipele sclerose, ook al omdat de behandeling al met al goed wordt verdragen; Er werd inderdaad geen significant verschil in bijwerkingen vastgesteld tussen de placebo en ibudilast en er was evenmin een verschil in het aantal patiënten dat de behandeling heeft stopgezet. De frequentste bijwerkingen van ibudilast zijn, in dalende volgorde van belang, maag-darmklachten (nausea en diarree), huiduitslag, depressie en vermoeidheid.
Ref: Fox RJ et al. Abstract 278, ECTRIMS 2017, Parijs, 28/10/2017