Episodische migraine en biologische geneesmiddelen

Drie fase 3-studies, de studies EVOLVE 1 en 2 (galcanezumab), HALO EM (fremanezumab) en PROMISE -1 (eptinezumab), hebben voor het eerst aangetoond dat deze drie monoklonale antistoffen, die CGRP direct remmen, de maandelijkse frequentie van migraineaanvallen bij patiënten met episodische migraine snel met bijna 50% verlagen en zo het functioneren en de levenskwaliteit van de patiënten verbeteren.
Episodische migraine wordt gedefinieerd als het optreden van hooguit 14 migraineaanvallen per maand tijdens een evaluatieperiode van drie maanden. Drie fase 3-studies hebben het effect van biologische geneesmiddelen op die vorm van migraine onderzocht.
- EVOLVE 1 en 2 zijn gerandomiseerde, dubbelblinde, placebogecontroleerde studies die de werkzaamheid en de veiligheid van twee doseringen van galcanezumab, 120 mg en 240 mg s.c. om de maand, hebben vergeleken bij 1.773 patiënten. De studie werd uitgevoerd bij patiënten die vier tot 14 dagen per maand migraine hadden. Gemiddeld was dat 9,1 dagen/maand. Volledigheidshalve moeten we eraan toevoegen dat de twee studies vergelijkbaar zijn, maar dat de EVOLVE 1-studie werd uitgevoerd in de VS en Canada, terwijl EVOLVE 2 een internationaal onderzoek is. Tijdens een follow-up van zes maanden verlaagde galcanezumab het maandelijkse aantal migraineaanvallen significant meer dan placebo: daling met vier dagen met de dosering van 120 mg en met 3,8 dagen met de dosering van 240 mg vs. 2,15 dagen met placebo. De resultaten waren vergelijkbaar in de twee studies. Bij bijna twee derde van de patiënten daalde de maandelijkse frequentie van migraineaanvallen met 50% tijdens een periode van drie maanden. Bij een derde van de patiënten was dat 75%. Van de patiënten vertoonde 15% zelfs helemaal geen migraineaanvallen meer. Bij evaluatie van meerdere scores hebben de onderzoekers aangetoond dat de behandeling het functioneren en de levenskwaliteit van de patiënten significant verbetert.
- HALO-EM, een gerandomiseerde, dubbelblinde, placebogecontroleerde studie die de werkzaamheid van de monoklonale anti-CGRP-antistof fremanezumab s.c. volgens twee verschillende schema's heeft onderzocht: 225 mg/maand en 675 mg om de drie maanden. Een derde groep kreeg een gewone placebo. De studie werd uitgevoerd bij 875 patiënten van gemiddeld 41 jaar met migraine sinds meer dan twintig jaar (zes tot 14 dagen migraine per maand sinds een jaar of langer) die allen geneesmiddelen voor de preventie van migraine hadden gekregen gedurende drie maanden of langer, zonder succes. Tijdens een observatieperiode van drie maanden daalde het aantal dagen met migraine per maand met drie dagen in de groep die werd behandeld met 225 mg/maand, en met 3,6 dagen in de groep die werd behandeld met 675 mg om de drie maanden. De verbetering trad in vanaf de eerste maand van behandeling. Bij bijna de helft van de patiënten daalde de maandelijkse frequentie van migraineaanvallen met 50% (tegen slechts 27,9% in de placebogroep). Momenteel lopen nieuwe studies om de werkzaamheid gedurende een langere observatieperiode te evalueren en om na te gaan of fremanezumab progressie naar chronische migraine tegengaat.
- PROMISE-1. Deze studie heeft eptinezumab, een monoklonale antistof tegen CGRP, onderzocht in drie doseringen: 30 mg, 100 mg en 300 mg in een i.v. infuus om de maand. De studie werd uitgevoerd bij 890 patiënten van gemiddeld 40 jaar, overwegend vrouwen, met gemiddeld 8,5 dagen migraine per maand. Tijdens een periode van drie maanden daalde het aantal dagen met migraine per maand met 3,9 tot 4,3 (naargelang van de dosering) tegen 3,1 dagen in de placebogroep. Bijzonder interessant is de daling van het aantal patiënten dat een migraineaanval voelde, met 50% al vanaf dag 1 vs. 21% in de placebogroep. Dat is mogelijk te danken aan de i.v. toediening van de werkzame stof.
De drie geneesmiddelen lijken even goed te werken en verlagen de maandelijkse frequentie van migraineaanvallen met gemiddeld 40 tot 50%. Sommigen zullen het verschil met de placebogroep misschien vrij klein vinden, maar het verschil was telkens significant. We mogen ook niet vergeten dat er bij zo'n aandoening altijd een belangrijk placebo-effect is. Het aantal patiënten dat de behandeling heeft stopgezet, was laag (10 tot 20%). De geneesmiddelen werden goed verdragen. Er was geen significant verschil in bijwerkingen met de placebogroep en er was zelfs geen verschil in ernstige bijwerkingen. Uiteraard zijn langere studies vereist om de veiligheid van die nieuwe geneesmiddelen correct te evalueren.