Serotonine speelt belangrijke rol bij sociale fobie

Volgens een studie uitgevoerd aan de Universiteit van Bonn zou een gen dat codeert voor een serotoninetransporter in de hersenen, een belangrijke rol spelen bij de pathogenese van sociale fobie. Sociale fobie is een vorm van angst met symptomen zoals hartkloppingen, bevingen, kortademigheid, morele en lichamelijke vermoeidheid, chronische angst, tachycardie en episoden van depressie.
De vorsers hebben het genoom geanalyseerd van 321 patiënten met een socialeangststoornis en dat van 804 gezonde controlepersonen. Ze hebben daarbij gezocht naar SNP's (single nucleotide polymorphisms), variaties in de DNA-sequentie, die je zou kunnen vergelijken met tikfouten. We hebben allemaal SNP's. SNP's zijn de belangrijkste oorzaak van genetisch bepaalde ziekten. De vorsers hadden zo al 24 SNP's ontdekt waarvan ze in min of meerdere mate vermoeden dat ze een rol spelen bij de ontwikkeling van geestesstoornissen.
De patiënten zelf hebben informatie gegeven over hun symptomen en de ernst van de sociale fobie. Met statistische modellen hebben ze dan gezocht naar verbanden tussen die symptomen en de genen. Zo hebben ze een SNP ontdekt van het SLC6A4-gen, dat meespeelt bij het serotoninetransport. Serotonine is een neurotransmitter die tal van functies regelt, waaronder de gemoedsstemming, de eetlust, de slaap, agressiviteit en depressie.
Die bevinding bevestigt dus dat serotonine een belangrijke rol speelt bij het ontstaan van sociale fobie en dat ook genetische factoren meespelen. De wetenschappers gaan dat nu verder uitspitten bij een groter aantal patiënten.
(referentie: Psychiatric Genetics, maart 2017, DOI: 10.1097/YPG.0000000000000171)