Hormonale substitutietherapie en alzheimer: preventie of risico?

Daar is discussie over. Finse vorsers hebben geprobeerd een antwoord te vinden.
De Scandinavische landen staan onder meer bekend voor hun goede epidemiologische studies. Net zoals de andere Scandinavische landen houdt Finland registers bij over zowat alles en nog wat. Het promoot al jarenlang cohortonderzoeken. De auteurs hebben de gegevens voor hun studie gehaald uit de Kuopio Osteoporosis Risk Factor and Prevention Study. Kuopio is een provincie in het oosten van Finland. De informatie werd verzameld met vragenlijsten, die door de deelnemers zelf werden ingevuld. De studie liep van 1989 tot 2009 en werd uitgevoerd bij vrouwen van 47 tot 56 jaar. De vragenlijst werd om de vijf jaar ingevuld. Vanaf 1995 was er informatie beschikbaar over het voorschrijven van een hormonale substitutietherapie (HST).
In het totaal hebben 14.220 vrouwen aan de studie deelgenomen en hebben 13.100 vrouwen de vragenlijst beantwoord. De vorsers hebben de patiënten ingedeeld volgens de voorgeschreven behandeling: oestrogenen alleen of een combinatie van een oestrogeen en progesteron. Op korte termijn was er weinig of geen verschil. Het risico op ontwikkeling van een ziekte van Alzheimer was zelfs hoger bij de patiënten die sinds minder dan één jaar een gecombineerde HST innamen. Bij de patiënten die werden behandeld met alleen oestrogenen, was de frequentie van alzheimer na meer dan tien jaar gebruik 60% lager, maar het verschil was nog altijd niet significant. Bij analyse van andere vormen van dementie werden soortgelijke resultaten verkregen.
Met andere woorden, een HST verhoogt het risico op ziekte van Alzheimer of andere vormen van dementie niet, maar biedt evenmin een statistisch significante bescherming.
Imtiaz B. et al. Postmenopausal hormone therapy and Alzheimer disease: A prospective cohort study. Neurology OnLine 15/02/2017.