Schizofrenie: nicotine, een mogelijk therapeutisch spoor

Naar schatting rookt 80-90% van de schizofrene patiënten. Meerdere studies hebben een sterk verband aangetoond tussen roken en schizofrenie. Een nieuwe studie toont hoe nicotine inwerkt op de hersenen. Dat biedt op termijn mogelijk therapeutische perspectieven.
Recentelijk hebben genoomwijde associatiestudies single nucleotide polymorphisms (SNP's) van het CHRNA5-gen ontdekt die het risico op roken én schizofrenie verhogen. Het CHRNA5-gen codeert voor de α5-subeenheid van de nicotinereceptor. Wetenschappers hebben mutante varianten van dat gen ingebouwd in het genoom van muizen. Die muizen hebben dan de kenmerkende afwijkingen van schizofrenie ontwikkeld. Ze hebben ook ontdekt welke cellen in de prefrontale cortex getroffen werden door die mutatie: de interneuronen, kleine neuronen die verschillende neuronennetwerken met elkaar verbinden.
Bij toediening van nicotine aan die "schizofrene" muizen hebben ze vastgesteld dat nicotine zich bindt aan de nicotinereceptoren op de interneuronen en de activiteit beïnvloedt van de piramidale cellen in de prefrontale cortex, waardoor hun excitatietoestand weer normaal wordt.
Ze hebben die vaststellingen kunnen doen dankzij een in-vivobeeldvormingstechniek en een nieuwe methode van computationele analyse. Mogelijk wordt dat een nieuwe target bij de behandeling van schizofrenie. Het geneesmiddel moet dan wel eenzelfde vorm hebben als nicotine, maar mag niet de schadelijke effecten ervan hebben.
(referentie: Nature Medicine, 23 januari 2017, doi:10.1038/nm.4274)