Nieuwe psychofarmaca graag

Trekt de farmaceutische industrie zich terug uit het onderzoek naar nieuwe CNS-medicatie? Volgens een artikel in Knack is daar wel sprake van. Vooral psychiaters trekken aan de alarmbel. Er is een grote behoefte aan betere behandelingsmogelijkheden.
Geert Dom, professor aan de Universiteit Antwerpen en medisch directeur van het Psychiatrisch Centrum Multiversum: "Ons farmacologische arsenaal is de laatste 20 à 25 jaar niet fundamenteel veranderd. De medicijnen die we nu voorschrijven, zijn matig effectief en hebben veel bijwerkingen."
Hij vervolgt. "Wij staan vandaag waar oncologen 20 jaar geleden stonden: chemotherapie maakte toen nog je lijf kapot. Maar dat betekent niet dat patiënten plots met hun behandeling mogen stoppen, want dat is riskant."
Professor Wim van den Brink van de Universiteit Amsterdam, een autoriteit in verslavingsbehandeling, nuanceert: "Onze psychofarmaca zijn gemiddeld even effectief als algemene medicatie. Natuurlijk zouden ze effectiever moeten zijn, maar dat geldt voor alle medicatie."
Financieel risico
Laten farmabedrijven die niet meer investeren in deze tak van de research niet een enorme markt links liggen? Frédéric Destrebecq vindt van wel. Destrebecq is directeur van de European Brain Council, die ijvert voor onderzoek naar hersenaandoeningen. "Eén op de drie Europeanen krijgt vroeg of laat met zo'n aandoening te maken. Die groep behandelen, kost jaarlijks 800 miljard euro."
Maar het grote potentieel wordt tenietgedaan door de financiële risico's die farmabedrijven moeten nemen om te innoveren. Zo duurt de zoektocht naar een nieuw medicijn al snel 12 tot 13 jaar, en loopt de kostprijs op tot 1 à 1,3 miljard euro.
En tegenover die gigantische investering staat een geringe return on investment. Een patent geldt 20 jaar, maar daar moet je de ontwikkelingstijd van aftrekken. Een nieuwe kankerbehandeling is interessanter: die krijg je al rond in vijf jaar.
Een extra hinderpaal is dat trials met CNS-medicatie vaak mislukken. Het vakblad Science berichtte in 2010 dat amper acht procent van de proeven de eindmeet haalt, tegenover 19 procent bij oncologische experimenten. Echt dramatisch is het wanneer het doek pas op het einde valt, weet professor Morrens. "In de derde en voorlaatste fase wordt het medicijn klinisch getest op grotere groepen. Maar dan heeft het bedrijf al 600 à 700 miljoen euro geïnvesteerd."
Moeizaam onderzoek
Iemand met psychofarmaca behandelen, is volgens Wim van den Brink een complexe opdracht. Om te beginnen, zijn psychiatrische patiënten minder therapietrouw. Achter een diagnose gaat bovendien vaak een heterogene groep schuil. Gevolg: het medicijn werkt maar voor een subgroepje.
"En tot slot kunnen wij minder leren uit placebo's", zegt Van den Brink. "Terminale kankerpatiënten sterven aan hun ziekte. Een depressie verbetert vaak vanzelf, of toch tijdelijk. Psychofarmaca moeten veel krachtiger zijn om een duidelijk meetbaar resultaat op te leveren." Geert Dom en Manuel Morrens wijzen daarnaast op het gebrek aan goede biomarkers bij psychische aandoeningen.
Frédéric Destrebecq pleit voor beter hanteerbare regels. "Sommige onderzoeken zijn bijna onmogelijk uit te voeren. Dat naar suïcide, bijvoorbeeld. Niemand wil een placebo geven aan een risicopatiënt: wat als hij of zij sterft? "
Fundamenteel onderzoek
Er valt misschien nog wat te rapen met recyclageonderzoek, suggereert Geert Dom. "We kunnen bestaande moleculen testen bij psychiatrische ziekten. Wanneer een medicijn als bijwerking heeft dat patiënten minder gaan drinken, kan dat bijvoorbeeld interessant zijn voor een verslavingsbehandeling."
Wim van den Brink: "Recyclageonderzoek is goedkoop en gemakkelijk, maar levert weinig op. Het laaghangende fruit is grotendeels geplukt. Basisonderzoek, bijvoorbeeld naar betere biomarkers, blijft van het grootste belang. Hef dat op, en binnen vijf jaar valt alle onderzoek stil. Dan dreigt ons vakgebied de reputatie te krijgen dat er niets te rapen valt."
En nog minder geneeskundestudenten die voor de psychiatrie kiezen, is al helemaal geen optie.
Gebaseerd op een artikel uit Knack van 4 januari 2017, van Simon Demeulemeester: Veel depressies maar weinig nieuwe pillen.