Verband tussen koffiegebruik en variatie van het PDSS2-gen

Een team van Schotse, Italiaanse en Nederlandse onderzoekers wilde nagaan waarom sommige mensen grote hoeveelheden koffie moeten drinken om zich minder moe te voelen, terwijl andere al wakker blijven van een of twee kopjes. Zo ontdekten ze een variant van een gen dat bepaalt hoe snel cafeïne door het lichaam wordt afgebroken, en dus hoeveel koffie we nodig hebben.
De wetenschappers kwamen tot die verrassende vaststelling nadat ze de genetische gegevens van 1.213 Italianen onderzochten. Die vrijwilligers hadden ook een vragenlijst ingevuld over hun koffiegebruik. Zo konden de auteurs vaststellen dat mensen die drager zijn van een variant van het PDSS2-gen gemiddeld een kop koffie minder per dag drinken dan mensen die de variant niet hebben.
Die resultaten werden vervolgens bevestigd bij 1.731 Nederlandse proefpersonen, al was het effect van de variant bij die laatste wat minder sterk.
De resultaten zijn gemakkelijk te verklaren: het PDSS2-gen remt de capaciteit van het lichaam om cafeïne af te breken door bepaalde enzymen te blokkeren. Daardoor heb je minder koppen nodig om de positieve effecten van cafeïne te ervaren, zoals je minder moe voelen en beter wakker blijven, en ga je van nature veel minder koffie drinken.
De verschillen tussen de twee nationaliteiten zijn te verklaren door het feit dat Italianen de voorkeur geven aan espresso, die kleiner is maar geconcentreerder, terwijl Nederlanders kiezen voor de minder sterke filterkoffie.
(referentie: Scientific Reports, 25 augustus 2016, DOI: 10.1038/srep31590)