Biomarker voor autisme verstopt in groef van hersenschors?

Recente gegevens uit beeldvormingsonderzoek van de hersenen hadden al aangetoond dat abnormale plooiingen van de hersenschors mogelijk autismespectrumstoornissen (ASS) veroorzaken. Nu hebben onderzoekers van het Franse CNRS een specifieke anatomische marker voor autisme ontdekt in een van de hersenwindingen, die te zien is op een MRI-scan en aanwezig is vanaf de leeftijd van twee jaar.
De marker wordt 'sulcal pit' genoemd (de bodem van de groef) en verwijst naar het diepste punt van elke groef in de hersenschors. Vanuit dat punt ontwikkelen zich de plooien op het hersenoppervlak.
De Franse neurobiologen vergeleken drie groepen van jongens tussen 2 en 10 jaar oud: 59 met typisch autisme, 21 met een niet-specifieke autismespectrumstoornis en 22 zonder ASS.
Op basis van een MRI-scan van de hersenen ontdekten ze dat in het centrum van Broca, een zone die een rol speelt bij de spraak en de communicatie, de maximale diepte van een groef kleiner was bij kinderen met autisme dan in de twee andere groepen. Bovendien correleerde de diepte van die atrofie met de prestaties van de kinderen op het vlak van communicatie en spraak.
De 'sulcal pit' kan dus helpen om autisme vroeger op te sporen en te behandelen, vanaf de leeftijd van twee jaar, terwijl de diagnose nu gemiddeld op de leeftijd van vier en een half jaar wordt gesteld.