Trombose: naar een anticoagulans op basis van apeline?
Apeline is een stof die van nature door het lichaam wordt aangemaakt en al sinds 1998 bekend is. Ze verbetert het suikertransport van het bloed naar de cellen en speelt een rol in de werking van het hart, de darmen en de bloedvaten, waar ze bloeddrukverlagend werkt.
Onlangs hebben studies aangetoond dat die verbinding en zijn receptor overmatig tot expressie worden gebracht in de bloedplaatjes bij zwaarlijvige personen, die een groter risico lopen op trombose. Bovendien is de concentratie ervan abnormaal in het geval van een myocardinfarct of van angor.
Dat alles wijst erop dat apeline trombotische fenomenen kan beïnvloeden. Om na te gaan of dat inderdaad het geval is, hebben onderzoekers van het Inserm eerst bloedklonters gevormd in het laboratorium, in verschillende omstandigheden en al dat niet in aanwezigheid van apeline. Ze stelden vast dat die verbinding is staat is om de vorming van een trombus tegen te gaan als de bloedplaatjes geactiveerd worden door collageen of door trombine, maar niet als de mediator ADP of tromboxaan A2 is. Ze konden ook aantonen dat apeline werkt door lokaal calcium te rekruteren en de energieproductie van de plaatjes te verlagen.
Vervolgens hebben de wetenschappers hun bevindingen in vivo gevalideerd, bij muizen. Daaruit bleek dat muizen zonder apeline wel degelijk een kortere bloedingstijd hebben dan normaal, wat bevestigt dat apeline de bloedstolling tegengaat.
Aangezien de huidige anticoagulantia op de ADP-weg en de tromboxaan A2-weg werken, hebben de auteurs het plan opgevat om een veilig en werkzaam apelineanaloog te ontwikkelen. Dat zou volgens hen een andere therapeutische optie vormen die de bestaande behandelingen aanvult.