Kinderen afkomstig van MBV hebben niet meer achterstand

Een Amerikaanse studie naar de verschillende technieken van MBV (ovariumstimulatie, kunstmatige inseminatie, terugplaatsing van ingevroren embryo's, in-vitrofertilisatie, enz.) bevestigt dat er veel vooruitgang is gemaakt op het vlak van onvruchtbaarheidsbehandelingen en ontkracht de stelling dat die kinderen het risico lopen op een neurologische achterstand of een blijvende handicap.
Tussen 2008 en 2014 hebben dr. Edwina Yeung en haar collega's 1.830 kinderen gevolgd die geboren waren na MBV en 4.011 die op een natuurlijke manier waren verwekt. Hun ouders vulden gedurende de eerste drie levensjaren van het kind regelmatig een vragenlijst in die peilde naar vijf ontwikkelingsdomeinen: fijne motoriek, algemene motoriek, communicatie, persoonlijk en sociaal functioneren en probleemoplossing.
Resultaat: hoewel er enkele kleine verschillen werden vastgesteld, zoals een zeer licht verhoogd risico op het vlak van probleemoplossing en sociale communicatie bij de kinderen die geboren waren na MBV, waren de scores van de kinderen die geboren werden na een vruchtbaarheidsbehandeling algemeen genomen vergelijkbaar. Het percentage kinderen met een ontwikkelingsachterstand was trouwens zeer vergelijkbaar in beide groepen.
Aangezien bepaalde vormen van intellectuele stoornissen niet altijd kunnen worden vastgesteld op de leeftijd van 3 jaar, zullen de auteurs doorgaan met hun periodieke evaluaties tot de kinderen 8 jaar oud zijn, een leeftijd waarop de meeste intellectuele en motorische stoornissen opgespoord kunnen worden.