Angst verhoogt risico op dementie
Om de incidentie van dementie aanzienlijk te kunnen verlagen, moeten we de angst vroegtijdig behandelen, vooral bij oude mensen. Dat is de belangrijkste conclusie van een grootschalige studie die over een periode van 28 jaar werd uitgevoerd op basis van de medische gegevens van 1.082 homozygote tweelingen afkomstig uit een Zweedse cohort.
De deelnemers vulden om de drie jaar een vragenlijst in waarin werd gepeild naar meerdere psychische parameters zoals stressniveau, angst, depressie en neurose.
Uit de analyse blijkt dat angst een onafhankelijke risicofactor is voor dementie, die losstaat van symptomen van depressie. Bij tweelingen van wie een van beide helften dementie ontwikkelde, vertoonde degene met dementie immers vaker angst, of een voorgeschiedenis daarvan, dan de broer of zus die geen neurodegeneratieve aandoening ontwikkelde.
De Californische onderzoekers vonden ook dat mensen met een hoog risico niet alleen voortdurend in angst leven, maar ook opgewonden, bezeten en uitputtend gedrag vertonen. Tot slot hebben ze een risicodrempel kunnen vaststellen, en stellen ze dat hoge angstniveaus het risico op dementie met bijna 50% verhogen.
Volgens de auteurs is het verband tussen angst en dementie te verklaren door de aanmaak van het stresshormoon cortisol.