Omvang hersenen weinig invloed op intelligentie

Van een intelligent iemand zeggen we weleens dat die een 'flink stel hersenen' heeft. Maar dat hoeft niet altijd te kloppen, blijkt nu. Volgens een internationale studie die gecoördineerd werd door de universiteit van Wenen, overschat de wetenschap al 150 jaar het verband tussen de omvang van de hersenen en de intellectuele capaciteiten van een persoon.
Met behulp van moderne technieken voor beeldvorming van de hersenen en de samenvoeging van 88 studies naar het onderwerp bij in totaal meer dan 8.000 gevallen, en daarnaast ook met intelligentietests, hebben de onderzoekers vastgesteld dat er een, weliswaar zwak, verband bestaat tussen het hersenvolume en het IQ en dat dat verband onafhankelijk is van het geslacht en de leeftijd van de deelnemers.
De deelnemers met abnormaal sterk ontwikkelde hersenen behaalden trouwens minder goede resultaten op de cognitieve tests dan degenen die binnen de norm vielen.
Veel doorslaggevender voor het intelligentieniveau daarentegen blijken de structuur en de integriteit van de hersenen, die bepaald worden door de schikking van de hersenschors, het mesencephalon en het cerebellum en door een goede verbinding tussen de witte en de grijze stof.
De auteurs maken meteen ook komaf met een andere mythe die stelt dat mannen intelligenter zijn dan vrouwen omdat ze grotere hersenen hebben.
Dat die bewering niet klopt, blijkt ook uit observaties uit het dierenrijk. Zo wegen de hersenen van potvissen maar liefst negen kilo, terwijl die dieren niet echt uitblinkers zijn op het vlak van intelligentie.