Alzheimer: is het bèta-amyloïdeiwit overdraagbaar?
Een Britse studie heeft voor het eerst aangetoond dat het bèta-amyloïdeiwit, dat typisch is voor de ziekte van Alzheimer, in bepaalde omstandigheden mogelijk van mens op mens kan worden overgedragen.
Toen ze een post mortem-onderzoek uitvoerden bij acht patiënten tussen 36 en 51 jaar die overleden waren aan een iatrogene vorm van de ziekte van Creutzfeldt-Jakob (ZCJ), die dus door een behandeling was veroorzaakt, zagen de onderzoekers onder hun microscoop specifieke aggregaten die normaal nooit worden gezien in weefsels van dergelijke jonge mensen. Vier van die acht personen vertoonden belangrijke afzettingen van bèta-amyloïdpeptiden in het centrale zenuwstelsel en twee andere patiënten hadden een pathologische haard van datzelfde proteïne in een hersenzone.
Geen enkele van die patiënten had een familiale voorgeschiedenis of een genetische vatbaarheid voor vroege alzheimer (voor 60 jaar). Bovendien vertoonden ze op de autopsie ook geen opstapeling van de tauproteïne, het andere belangrijke teken van die neurodegeneratieve aandoening.
Dr. John Collinge en zijn collega's concludeerden daaruit dat de peptiden op dezelfde manier per ongeluk waren overgedragen als de ZCJ, via een medische procedure. In dit geval zou het gaan om een injectie met groeihormoon uit gecontamineerde menselijke hypofyse die de patiënten meerdere decennia voordien hadden gekregen, maar die hypothese moet nog worden bevestigd.
Volgens de auteurs zijn hun resultaten geen reden tot overmatige bezorgdheid want er is geen enkel bewijs dat het eiwit rechtstreeks van mens op mens kan worden overgedragen. Bovendien worden behandelingen op basis van groeihormoon vandaag niet meer gegeven. Tot slot weten we niet of de overleden patiënten werkelijk de ziekte van Alzheimer ontwikkeld zouden hebben.