Hersenen en technologie: opgepast voor bijwerkingen...
Er is nog altijd veel discussie tussen voor- en tegenstanders van videospelen en het internet. De vraag is of de hersenen van onze adolescenten al dan niet worden beïnvloed door dat nieuwe 'speelgoed'.
De confrontatie is niet nieuw en gelijkt wat op de strijd tussen de Ouden en de Modernen. Susan Greenfield luidt in een bestseller echter de alarmklok betreffende intensief gebruik van het internet en videospelen door kinderen en adolescenten.
Wetenschappers van het University College of London en de Universiteit van Oxford weerleggen die beschuldigingen een voor een in de BMJ. In tegenstelling tot wat de Engelse schrijfster stelt, er is geen wetenschappelijke consensus over de effecten van videospelen op de geestelijke gezondheid. Haar beschuldigingen hebben in feite geen enkele wetenschappelijke basis en volgens de auteurs van het hoofdartikel in de BMJ haalt ze oorzakelijke verbanden en eventuele gewone associaties door elkaar. Greenfield gaat uit van anekdotes en wetenschappelijke studies van bedenkelijke kwaliteit.
De auteurs in de BMJ gaan nog verder. Als Greenfield denkt dat sociale netwerken negatieve invloed uitoefenen op de sociale interacties, de empathie en de identiteit van adolescenten, slaat ze de bal volledig mis. Studies tonen immers net aan dat sociale netwerken de bestaande vriendschapsbanden en de kwaliteit van de onderlinge relaties verbeteren. Greenfield lijkt zelfs te denken dat online-interacties de autistische trekken van sommige mensen zouden kunnen doen verergeren.
De tegenstanders van Greenfield ontkennen evenwel niet dat de invoering van die technologieën in de vrijetijdsbesteding van adolescenten perverse effecten hebben op de gezondheid. Het passieve gebruik van digitale technologie gaat gepaard met minder lichaamsbeweging, wat het risico op obesitas en diabetes verhoogt. Wat de invloed op de intellectuele activiteiten betreft, zouden videospellen hooguit jongeren van hun studies afleiden, waardoor de prestaties op school kunnen dalen. Dat is net het verschil tussen een oorzakelijk verband en een associatie. De onderzoekers wijzen ook op het risico voor het privéleven. Dat kan ook een belangrijke oorzaak van problemen voor jongeren zijn. Jongeren kunnen zo immers ongewenste informatie verspreiden of er het slachtoffer van worden.
Ze pleiten in elk geval voor een correcte verspreiding van de wetenschappelijke informatie, zonder de moderne technologieën te diaboliseren. Of zoals een Oude zei, het is de dosis die het gif maakt ...