In de beperking toont zich de meester
De behandeling van hersenmetastasen is zeer belangrijk. De frequentie van hersenmetastasen stijgt omdat kankerpatiënten nu langer leven. Maar je moet nooit het onderste uit de kan willen halen.
Het is niet duidelijk of bestraling van de hele hersenen (WBRT) efficiënter is dan stereotactische radiochirurgie (SRS). Dat punt werd besproken tijdens een plenaire sessie op het congres van de American Society of Clinical Oncology in Chicago, dat net is afgelopen. Amerikaanse vorsers hebben er de resultaten gepresenteerd van de NCCTG N0574 Alliance-studie, een gerandomiseerde fase III-studie die werd uitgevoerd bij 213 patiënten met 1-3 hersenmetastasen. In meer dan twee derde van de gevallen was longkanker de primaire kanker. Het primaire eindpunt was de achteruitgang van de cognitieve functies na 3 maanden. De cognitieve functies werden met verschillende evaluatieschalen gemeten.
De patiënten werden gerandomiseerd naar SRS alleen (doses van 20-24 Gy) of SRS (doses van 18-22 Gy) plus WBRT (30 Gy in 10 sessies).
De controle van de hersenmetastasen was wat beter met SRS plus WBRT. Het percentage controle na 6 en 12 maanden was respectievelijk 88,3 % en 84,9 % met SRS plus WBRT en respectievelijk 66,1 % en 50,5 % met SRS alleen (p < 0,001). WBRT verbeterde ook de mediane overleving van 7,5 naar 10,7 maanden, maar dat verschil was niet significant (p = 0,92).
Na 3 maanden waren de cognitieve functies sterker verminderd met SRS plus WBRT (91,7 % versus 63,5 %, p = 0,007) en daarbij werden vooral het onmiddellijke geheugen (31 % versus 8 %), het langetermijngeheugen (51 % versus 20 %) en de verbale vloeiendheid (19 % versus 2 %) aangetast.
De auteurs concluderen dan ook dat bestraling van de hele hersenen de kanker in de hersenen beter onder controle brengt, maar de overleving niet verbetert en significante negatieve invloed heeft op de cognitieve functies, waardoor de levenskwaliteit vermindert.