HST en cognitieve aftakeling: is de fles nu halfvol of halfleeg?
Er is veel discussie over het nut van een hormonale substitutietherapie (HST) met oestrogenen bij de preventie van cognitieve aftakeling en de ziekte van Alzheimer. De resultaten blijken echter helemaal niet zo slecht te zijn.
Op dit ogenblik wordt aangenomen dat de balans overhelt in het voordeel van HST op voorwaarde dat de behandeling snel na het begin van de menopauze wordt gestart en met 17β-oestradiol in plaats van geconjugeerde paardenoestrogenen. Er zijn weinig gegevens over specifieke populaties van vrouwen die baat zouden kunnen vinden bij een HST.
Een groep uit California heeft specifiek het effect van opstarten en stopzetten van een HST onderzocht bij vrouwen die een risico liepen op ontwikkeling van de ziekte van Alzheimer. De vrouwen waren 49-69 jaar oud, kregen een HST sinds minstens een jaar en de behandeling was meestal gestart dicht bij het begin van de menopauze.
Na evaluatie van de cognitieve functies werden de vrouwen gerandomiseerd naar voortzetting of stopzetting van de HST. Na twee jaar werden de cognitieve functies opnieuw geëvalueerd.
De resultaten van tests van het verbale geheugen, de aandacht, het werkgeheugen en de snelheid van cognitieve executie waren beter bij de vrouwen die de HST hadden voortgezet. Het verbale geheugen was altijd beter bij de vrouwen met een HST op basis van 17β-oestradiol en dat in beide groepen.
Familiale antecedenten van de ziekte van Alzheimer bij een eerstegraads verwante hadden ook invloed op de waargenomen resultaten. Het verbale geheugen verminderde meer bij de vrouwen met dergelijke familiale antecedenten, maar minder bij de vrouwen die de HST hadden voortgezet. De vrouwen zonder familiale antecedenten die de behandeling hadden voortgezet, vertoonden een beter verbaal geheugen, maar dat verminderde na stopzetting van de behandeling.
De auteurs concluderen dat voortzetting van een HST die kort na het begin van de menopauze werd gestart, de cognitieve functies blijkt te beschermen bij vrouwen die een hoger risico lopen op ontwikkeling van de ziekte van Alzheimer.