Antipsychotica en pneumonie
Oudere patiënten worden almaar vaker behandeld met antipsychotica. Verschillende studies hebben aangetoond dat de inname van antipsychotica het risico op pneumonie bij hen verhoogt.
Vorsers hebben een meta-analyse uitgevoerd van de observationele studies om na te gaan of antipsychotica van de eerste en de tweede generatie het risico op pneumonie verhogen bij ouderen en bij jongere patiënten. Ze hebben ook getracht om het risico te ramen voor elk antipsychoticum afzonderlijk.
De auteurs hebben alle observationele cohortonderzoeken en casus-controleonderzoeken geanalyseerd die het risico op pneumonie bij patiënten die werden behandeld met antipsychotica, hebben vergeleken met dat bij patiënten die nooit of vroeger antipsychotica hadden gekregen, zonder beperking qua geslacht, leeftijd en diagnostische categorie.
Het risico op pneumonie was significant hoger bij de patiënten die antipsychotica van de eerste generatie (OR 1,68; 95% BI 1,39-2,04) of van de tweede generatie (OR 1,98; 95% BI 1,67-2,35) kregen. Dat risico werd teruggevonden in alle leeftijdsgroepen en was even hoog bij oudere als bij jongere patiënten.
Volgens deze meta-analyse van de thans beschikbare observationele studies verhoogt een behandeling met antipsychotica van de eerste of de tweede generatie het risico op pneumonie. Het risico blijkt bovendien niet alleen te stijgen bij oudere patiënten, maar ook bij jongere. De gegevens over het risico op pneumonie met de individuele geneesmiddelen zijn zeer beperkt. Het is dan ook onmogelijk om een hiërarchische classificatie op te stellen.