Mysterieuze witte stof
Zwarte gaten zijn een groot raadsel voor astrofysici, maar de witte stof blijkt al even mysterieus te zijn. Ierse vorsers hebben gezocht naar verschillen in de hersenen tussen jonge patiënten die psychotische ervaringen hadden gerapporteerd, en jongeren van dezelfde leeftijd die dergelijke ervaringen niet hadden gekend.
Het wordt almaar duidelijker dat abnormale connecties in de hersenen een belangrijke rol spelen bij de pathofysiologie van schizofrenie. Volgens vorsers van de Universiteit van Dublin zijn er meerdere rapporten die gewagen van afwijkingen van de witte stof bij schizofrene patiënten en patiënten met prodromen. Er werd volgens hen echter geen onderzoek verricht naar verschillen bij jongeren die een psychose hebben doorgemaakt. Die patiënten vertonen een groep die later bijzonder vatbaar is voor ontwikkeling van een ernstige psychopathologie.
Daarom hebben ze de hersenen van 28 patiënten van 13-16 jaar onderzocht met diffusie tensor beeldvorming (DWI) en vergeleken met die van 28 controlepersonen die waren gerekruteerd uit een groep van 212 kinderen van verschillende Ierse scholen. De studie werd uitgevoerd van 2008 tot 2011. Adolescenten met een psychotische ervaring vertoonden bilaterale verschillen in het striatum dicht bij het putamen. Een tractografie toonde grote verschillen in de fasciculus uncinatus met een axiale diffusie links en een anisotropie rechts. Er waren ook verschillen in de frontale projecties van de fasciculus fronto-occipitalis inferior.
De auteurs denken dat ze de filosofische steen hebben ontdekt of dat ze toch minstens hebben aangetoond dat er wel degelijk een neurofysiologisch substraat bestaat voor het optreden van psychotische episoden bij adolescenten. Subtiele veranderingen van de microstructuren hoeven niet per se ernstige stoornissen te veroorzaken, maar kunnen toch de vatbaarheid van die adolescenten voor een latere ontwikkeling van een echte psychose verhogen.