Autismespectrumstoornissen detecteren
Autismespectrumstoornissen zijn bijzonder heterogeen. Het is dan ook niet eenvoudig om ze in een vroeg stadium te detecteren, hoewel er al veel inspanning in die zin werd geleverd.
Ook bij ons komen autismespectrumstoornissen (ASS) vaak voor en de diagnose ervan is nog altijd een uitdaging. Onderzoekers hebben daarvoor een methode gebruikt waarbij de oogbewegingen van de kinderen werden gevolgd. Die methode is bekend, maar de onderzoekers wilden dus nagaan of je daarmee de subtypes van ASS kunt onderscheiden en de ernst ervan kunt evalueren.
Ze hebben hun studie uitgevoerd bij 334 kinderen van 6 aparte groepen. Ze lieten de kinderen een film kijken waarbij beelden van geometrische vormen of sociale interacties werden getoond. De auteurs bepaalden dan de duur van fixatie van de beelden en het aantal saccades. Om de kracht van hun studie te verhogen, hebben de onderzoekers er nog de gegevens van 110 extra patiënten van een eerdere studie aan toegevoegd.
Een subgroep van de kinderen met een ASS fixeerde de geometrische beelden meer dan 69%. Uitgaande van die cut-offwaarde bedroeg de sensitiviteit bij de detectie van ASS 21%, de specificiteit 98% en de positieve voorspellende waarde 86%. Kinderen die liever naar geometrische beelden keken, vertoonden minder goede cognitieve, taal- en sociale vaardigheden dan kinderen met een ASS die liever naar beelden van sociale interacties keken, en ze vertoonden minder saccades bij het bekijken van geometrische beelden.
De niet-aangetaste broers en zussen vertoonden geen voorkeur voor geometrische beelden. De resultaten waren goed reproduceerbaar als de test werd overgedaan. De onderzoekers hebben ook ontdekt dat die test mogelijk niet geschikt is bij kinderen ouder dan 4 jaar.
Een sterkere visuele voorkeur voor geometrische herhaling zou dus een vroege biomarker van een subtype van ASS met ernstigere symptomen kunnen zijn.