Rookstop: altijd een uitdaging voor psychiatrische patiënten
We hebben lange tijd gedacht dat rookstop bij mensen met een geestesziekte een achterhoedegevecht was. Nu blijkt dat rookstop veel voordelen kan bieden. Er bestaan verschillende manieren om de patiënten te helpen bij het stoppen met roken, waaronder een nieuwe van een groep uit het Verenigd Koninkrijk.
Patiënten met een ernstige psychiatrische aandoening roken drie maal vaker dan andere en hebben om verschillende redenen veel minder toegang tot diensten voor rookstop. Volgens de vorsers van York die de studie Smoking Cessation Intervention for Severe Mental Ill Health Trial (SCIMITAR) hebben uitgevoerd, is dat een sociaal onrecht, dat bovendien negatieve invloed heeft op hun levenskwaliteit en hun levensverwachting verlaagt.
Ze hebben daarom een verkennende studie uitgevoerd om na te gaan hoe ze die specifieke patiënten kunnen rekruteren, randomiseren en volgen. Er werd een specifieke strategie voor rookstop uitgewerkt voor die patiënten en de strategie werd uitgevoerd door verpleegkundigen die gespecialiseerd zijn in geestelijke gezondheidszorg. De hulp bij rookstop bestaat in gedragstherapie en geneesmiddelen. Die methode werd vergeleken met de klassieke behandeling.
De studie werd uitgevoerd bij 91 volwassenen met een bipolaire stoornis of schizofrenie. Ze werden gerandomiseerd naar de specifieke behandeling of de gebruikelijke behandeling. Zo kan je natuurlijk moeilijk een blinde studie uitvoeren. Het primaire eindpunt van de studie was het rookgedrag 12 maanden na het begin van de interventie.
51 patiënten werden opgenomen in de controlegroep en 46 in de groep met de specifieke interventie. Na 12 maanden kon het rookgedrag worden geëvalueerd (door meting van het CO-gehalte of een verklaring dat ze al dan niet waren gestopt met roken) bij 69% van de patiënten in de controlegroep en 72% van de patiënten in de actieve groep. Het percentage rookstop was significant hoger in de interventiegroep dan in de controlegroep (respectievelijk 36% en 23%). De specifieke interventie was dus efficiënter.
De echte overwinning van de vorsers is evenwel dat ze erin geslaagd zijn om zwaar zieke patiënten te rekruteren en te randomiseren. Dat betekent dus dat dergelijke studies mogelijk zijn en ook wenselijk, ongeacht de methode die wordt toegepast om de rookstop te bevorderen. De auteurs hebben voorts aangetoond dat een dergelijk programma efficiënt en veilig is. Dat is hoopgevend voor andere studies.