ALS: stimuleren en diagnosticeren
Het is moeilijk een diagnose van amyotrofe laterale sclerose (ALS) te stellen. Vaak wordt de diagnose dan ook zeer laat gesteld. Australische vorsers hebben de sensitiviteit en de specificiteit van transcraniale magnetische stimulering geëvalueerd.
Ze hebben daarvoor een prospectieve studie uitgevoerd in drie centra voor neuromusculaire aandoeningen in Sydney. De deelnemers werden geselecteerd op grond van een diagnose van waarschijnlijke of mogelijke diagnose van ALS of zuivere motorische stoornis met neuromotorische afwijkingen in minstens één lichaamsgebied sinds zes maanden. Ook patiënten die naar het centrum waren verwezen wegens spierzwakte, konden in de studie worden opgenomen. Bij alle patiënten werd een transcraniale magnetische stimulering (TMS) uitgevoerd. De criteria van Awaji werden gebruikt om patiënten met ALS te onderscheiden van patiënten met een andere aandoening. De vorsers hebben onderzocht of de drempel van prikkelbaarheid bij TMS al dan niet een diagnostische waarde heeft bij ALS.
Tussen 2010 en 2014 werden 333 patiënten gerekruteerd. 281 patiënten voldeden aan de criteria die de vorsers vooraf hadden gespecificeerd. Bij 209 patiënten werd een diagnose gesteld van ALS, bij 68 patiënten werd een andere diagnose gesteld en bij vier kon geen zekerheidsdiagnose worden gesteld. Met de vooraf gespecificeerde drempel voor TMS konden patiënten met een ALS worden onderscheiden van patiënten met een andere aandoening met een sensitiviteit van 73,21% en een specificiteit van 80,88% en dat in een vroeg ziektestadium. Alle patiënten hebben de TMS goed verdragen en de onderzoekers hebben geen bijwerkingen vastgesteld.
Je kan dus patiënten met een ALS onderscheiden van patiënten met een andere aandoening door bepaling van de drempel bij TMS. De auteurs stellen voor om die studie over te doen bij een groter aantal patiënten. Als hun gegevens zouden worden bevestigd, zou dat interessant kunnen zijn om de diagnose van ALS in een vroeg ziektestadium te stellen.