Depressie: een netwerkprobleem
Het is mogelijk de functionele verbindingen in de hersenen in rust (rsFC, resting-state functional connectivity) te onderzoeken. In de hersenen van patiënten met een depressie in engere zin werden afwijkingen teruggevonden. Maar bij gebrek aan standaardisering van de methodes die in de verschillende studies werden gebruikt, konden geen conclusies worden getrokken.
Wetenschappers hebben daarom een meta-analyse van die studies van de rsFC uitgevoerd. Ze zijn daarvoor uitgegaan van studies die de resultaten bij patiënten met een depressie in engere zin hebben vergeleken met die bij controlepersonen. In het totaal ging het om 25 studies bij 556 patiënten met een depressie in engere zin en 518 controlepersonen. De coördinaten van de onderzochte streken en de verschillen tussen de groepen werden geëxtraheerd en geclassificeerd volgens de ligging in a priori functionele netwerken. Vervolgens hebben ze gezocht naar hersensystemen die bij een depressie gepaard gingen met hyperconnectiviteit of hypoconnectiviteit binnen elk netwerk.
Een depressie in engere zin werd gekenmerkt door hypoconnectiviteit in het frontopariëtale netwerk, een reeks streken die te maken hebben met cognitieve controle van de aandacht en regeling van de emoties, en hypoconnectiviteit tussen de frontopariëtale systemen en de pariëtale streken van het dorsale aandachtsnetwerk, dat let op de externe omgeving. Een depressie in engere zin ging ook gepaard met hyperconnectiviteit in het netwerk dat een rol speelt bij introspectie, en hyperconnectiviteit tussen de streken van dat netwerk en frontopariëtale controlesystemen. De patiënten met een depressie in engere zin vertoonden ook hypoconnectiviteit tussen de neurale systemen die meespelen bij de emoties.
Volgens de auteurs legt die meta-analyse de empirische bases voor een neurocognitief model waarbij een disfunctie van netwerken verantwoordelijk is voor de cognitieve en affectieve afwijkingen bij depressie. Neemt niet weg dat andere studies nodig zijn om dat te bevestigen. Een betere standaardisering van de metingen zou zeker een stap voorwaarts zijn.