Zorgen aanpakken
De Worry Intervention Trial leert dat bezorgdheid belangrijk is bij psychotische patiënten met vervolgingswanen en dat het interessant zou kunnen zijn om die bezorgdheid te behandelen.
Een Britse groep van de Universiteit van Oxford is uitgegaan van de hypothese dat een goede cognitieve en gedragstherapie om zorgen bij psychotische patiënten aan te pakken de vervolgingswaan zou kunnen verminderen die dergelijke patiënten vaak vertonen.
In deze observatorblinde studie werden de patiënten ingedeeld in twee behandelingsgroepen. Het ligt echter niet voor de hand om enkel- of dubbelblinde studies in die context uit te voeren. De studie werd uitgevoerd bij patiënten van 18-65 jaar met een klinische diagnose van schizofrenie, schizoaffectieve stoornissen of wanen en met persisterende vervolgingswaan en een score van minstens 3 op de PSYRATS-schaal (schaal voor evaluatie van vervolgingswaan) gedurende minstens de laatste 3 maanden. De helft van de patiënten werd behandeld met cognitieve en gedragstherapie; de andere helft kreeg de gebruikelijke behandeling. De patiënten werden geëvalueerd in het begin van de studie, na 8 weken, op het einde van de behandeling en tot slot 24 weken later.
Tussen 2011 en 2013 werden 150 patiënten in de studie opgenomen: 73 in de groep cognitieve en gedragstherapie en 77 in de controlegroep. De cognitieve en gedragstherapie bestond uit 6 sessies in 8 weken. 143 van de 150 patiënten konden tot het einde worden gevolgd. De cognitieve en gedragstherapie verminderde de zorgen van de patiënt en de vervolgingswaan significant in vergelijking met de controlegroep. Een vermindering van de bezorgdheid verlaagde de achtervolgingswaan met 66%. Geen enkele patiënt is tijdens de studie overleden. Wel werden zes zelfmoordpogingen ondernomen waarvan twee in de behandelde groep.
Volgens de auteurs is dat de eerste studie van die aard bij zo'n groot aantal patiënten. De studie toont aan dat zelfs een korte cognitieve en gedragstherapie zeer gunstige effecten heeft, die op lange termijn gehandhaafd blijven. Zorgen kunnen dus een oorzaak van paranoia bij dergelijke patiënten zijn. Een dergelijke cognitieve en gedragstherapie is dan een nuttige aanvulling op de standaardbehandeling.