CVA: oude wijn in nieuwe zakken
De werkzaamheid van een geneesmiddel hangt af van zijn omgeving. Een groep uit de VS heeft een familie van NMDA-receptorantagonisten ontdekt die specifiek actief zouden zijn in een midden met een lage pH zoals een letsel. Dat zou dus een gerichte therapie avant la lettre zijn die gebruikt maakt van de pathologische omstandigheden van het terrein. Erg nuttig in de hersenen.
Een ischemisch cerebrovasculair accident kan goed worden behandeld, maar veroorzaakt vaak toch ernstige schade aan de hersenstructuren. In de jaren negentig hebben vorsers ontdekt dat NMDA-receptorantagonisten de hersenschade tegengaan. Dergelijke geneesmiddelen veroorzaken helaas echter ernstige bijwerkingen zoals desoriëntatie en hallucinaties.
Vorsers uit Atlanta hebben neuroprotectieve stoffen ontdekt die die bijwerkingen niet zouden veroorzaken. Alle aandacht gaat nu uit naar een selectieve antagonist, GluN2Bn, ook nog GRIN2B en NMDAR2B genoemd. Dat geneesmiddel blokkeert de NMDA-receptoren, maar doet dat hoofdzakelijk als de pH laag is. Dat is het geval bij aantasting van de omgevende weefsels. Hypoxie verhoogt immers het plaatselijke melkzuurgehalte. De studie die in Neuron werd gepubliceerd, is een proof of concept, die het werkingsmechanisme van het geneesmiddel aantoont in verschillende klinische situaties zoals CVA, hersentrauma of subarachnoïdale bloeding. Het neuroprotectieve effect was 10-maal hoger bij een pH van 6,9 dan bij de fysiologische pH in de hersenen van 7,6.
In een muizenmodel verlaagde de antagonist 93-31 de hersenschade met de helft en veroorzaakte hij geen coördinatie- of motorische stoornissen. Volgens de auteurs gaat het om een "nieuwe" familie van specifiekere neuroprotectieve componenten. Nu nog zoeken naar de beste kandidaat, 93-31 of een andere, om aan de patiënten toe te dienen ....