Parkinson: van buiten uit stimuleren, maar hoe
Herhaalde transcraniale magnetische stimulering (rTMS) verbetert de motorische afwijkingen bij patiënten met de ziekte van Parkinson. We weten echter nog niet welke factoren de respons bepalen. Vorsers van Durham (VS) hebben dat onderzocht.
Ze hebben een meta-analyse uitgevoerd van de studies die daaromtrent werden gepubliceerd tot in juni 2014, om na te gaan of rTMS werkelijk efficiënt is en welke variabelen die werkzaamheid bepalen (evaluatie met de Unified Parkinson's Disease Rating Scale).
Ze hebben hun meta-analyse uitgevoerd uitgaande van 20 studies met in het totaal 470 patiënten. Het gestandaardiseerde gemiddelde verschil (SMD) was 0,46, dus een gemiddeld effect op de motorische symptomen in het voordeel van rTMS in vergelijking met nepstimuleringen. Bij subgroepanalyse werd aangetoond dat hoogfrequente stimulering van de primaire motorische cortex en laagfrequente stimulering van andere frontale gebieden een significant hebben (SMD respectievelijk 0,77 en 0,50). Hoogfrequente stimulering van andere frontale gebieden en laagfrequente stimulering van de primaire motorische cortex hadden geen significant effect op de motorische symptomen. Een metaregressieanalyse leerde dat het effect van transcraniale magnetische stimulering toeneemt met het aantal pulsen per sessie.
Die meta-analyse wijst er dus op dat rTMS de motorische symptomen van parkinsonpatiënten duidelijk verbetert. De combinatie van plaats en frequentie van stimulering is bepalend voor het resultaat van de behandeling. De resultaten van die meta-analyse zouden vorsers dus kunnen helpen bij het ontwerpen van latere studies.