Op zoek naar de steen van Rosetta ...
Amerikaanse, Europese en Aziatische vorsers hebben de hersenen onderzocht om na te gaan of geestesziekten een neurobiologisch substraat hebben. Het idee was nog zo slecht niet. Als de diagnose wordt gesteld op grond van specifieke symptomen, kan snel een link met de neurobiologie worden gelegd.
Volgens de auteurs hebben genetisch onderzoek, neurobeeldvormingsonderzoeken en de kliniek gelijkenissen ontdekt tussen allerhande aandoeningen. In de hoop om met neurobeeldvormingsonderzoeken een transneurale handtekening van geestesziekten te vinden, hebben ze een meta-analyse uitgevoerd van de studies die tot en met juli 2012 werden gepubliceerd. Tevens hebben ze gegevens afkomstig van 3 studies bij gezonde mensen geanalyseerd. Bij die laatsten werd een functionele MRI uitgevoerd in 3 verschillende toestanden: in rust, tijdens een focale activering en tijdens een cognitieve taak.
De vorsers hebben hun meta-analyse uitgevoerd uitgaande van 193 studies met in het totaal 15 892 patiënten die naargelang van de diagnose in 6 groepen werden ingedeeld: schizofrenie, bipolaire stoornis, depressie, verslaving, obsessieve-compulsieve stoornis en angst. In de 6 groepen werd een verlies van grijze stof waargenomen in 3 gebieden: de cortex cingularis anterior dorsalis, de rechter en de linker insula. Er waren echter weinig verschillen tussen de verschillende diagnostische groepen. Er werd enkel een duidelijk verschil waargenomen tussen schizofrenie en depressie.
Er bestaat dus een concordantie tussen de diagnose van geestesziekte en de integriteit van een bepaald gedeelte van het hersenweefsel. Dat bleek te correleren met meer problemen bij het uitvoeren van executieve taken, wat werd vastgesteld in alle diagnostische groepen. De auteurs stellen voorzichtigheidshalve echter dat het niet hun bedoeling is de fenotypische verschillen die bij die verschillende geestesziekten worden vastgesteld, en de classificatie van geestesziekten op de helling te zetten.