Relaxatie versus benzodiazepines
Een artikel dat werd gepubliceerd in European Psychiatry, vergelijkt relaxatie volgens Jacobson met een behandeling met diazepam. Het originele van het onderzoek is dat de vorsers gebruik hebben gemaakt van beeldvormingsonderzoeken.
Edmund Jacobson (1888-1983) heeft de term progressieve relaxatie ingevoerd nadat hij had vastgesteld dat neutrale geestelijke activiteiten en emoties gepaard gaan met myografische veranderingen. Omgekeerd, dacht hij, zou spierrelaxatie kunnen uitmonden in geestelijke ontspanning. Spaanse auteurs hebben de veranderingen van het glucosemetabolisme onder invloed van progressieve relaxatie onderzocht bij proefpersonen in een toestand van stres. De stress werd vanuit medisch standpunt geëvalueerd. Het effect van relaxatie werd vergeleken met dat van een sublinguale dosis van diazepam. De werkhypothese was dat beide ingrepen het metabolisme zouden moeten doen verminderen. De onderzoekers hebben hun studie uitgevoerd met een 18FDG-PET-scan bij 84 kankerpatiënten. De glucosedistributie in de hersenen werd vergeleken bij 28 patiënten die progressieve relaxatie hadden gevolgd, 28 patiënten die diazepam hadden gekregen, en 28 patiënten die geen van beide behandelingen hadden gekregen.
Het hersenmetabolisme verminderde zowel bij de patiënten in de diazepamgroep als bij de patiënten die relaxatietherapie hadden gekregen, in vergelijking met de controlegroep, vooral in de prefrontale cortex en de cortex cingularis anterior. Er werd geen verschil tussen relaxatie en diazepam waargenomen.
De Spaanse vorsers denken dan ook dat relaxatie verkregen door een fysieke of psychologische procedure de hersenactiviteit bij stress even goed vermindert als een anxiolyticum.