PTSD en psychose: een associatie van boosdoeners
Volgens deze Nederlandse groep werd de werkzaamheid van de behandeling voor posttraumatische stressstoornis (PTSD) bij psychotische patiënten nog nooit onderzocht. Een psychose vormt immers altijd een exclusiecriterium in de klinische studies. Er was dus nog werk aan de winkel.
Dat is nochtans belangrijk. Een meta-analyse raamt de prevalentie van PTSD bij psychose immers op 12,4%. Die comorbiditeit veroorzaakt extra sociale problemen en zelfs ernstigere psychiatrische symptomen. Empirische gegevens wijzen erop dat een behandeling met langdurige blootstelling (PE) en een behandeling met desensibilisering en verwerking door oogbewegingen (EMDR) doeltreffend zijn.
De Nederlandse vorsers hebben die twee technieken vergeleken met de patiënten op een wachtlijst plaatsen. Ze hebben hun enkelblinde studie uitgevoerd bij 155 patiënten. De patiënten werden in 3 groepen ingedeeld: PE (n = 53), EMDR (n = 55) en wachtlijst (n = 47). De primaire uitkomstmaten waren de klinische ernst van de symptomen van PTSD, een diagnose van PTSD en een complete remissie van het syndroom. Secundaire eindpunten waren de klachten die de patiënten zelf rapporteerden.
Niet laten vallen
De symptomen verminderden meer met de PE-therapie en de EMDR-therapie dan bij de patiënten die op een wachtlijst werden gezet (daling met 22% in de PE-groep en met 35% in de EMDR-groep). De kans dat er geen diagnose van PTSD meer kon worden gesteld, was ook 3- tot 4-maal hoger bij de behandelde patiënten dan bij de patiënten op de wachtlijst.
De patiënten die een PE-therapie hadden gekregen, vertoonden vaker een complete remissie dan de patiënten die een EMDR-therapie hadden gekregen: 28,3% met PE, 16,4% met EMDR en 6,4% op de wachtlijst. Het effect van de behandeling hield aan gedurende de 6 maanden durende follow-up. De patiënten hebben hun mening gegeven (secundair eindpunt) en de resultaten van de secundaire eindpunten strookten volledig met de resultaten die door de onderzoekers werden gemeten.
Niemand twijfelde eraan dat PE en EMDR efficiënt zijn. De Nederlandse auteurs hebben nu evenwel aangetoond dat het goed mogelijk en gezien de prevalentie van die comorbiditeit zelfs wenselijk is om klinische studies uit te voeren bij psychotische patiënten met een PTSD. Er zijn dus geen redenen meer om psychotische patiënten a priori bij dergelijke studies uit te sluiten.