Bipolaire stoornissen: anhedonie behandelen
Ongeveer de helft van de patiënten met een bipolaire stoornis vertoont anhedonie. Anhedonie heeft zeker invloed op het gedrag van de patiënten ten aanzien van de behandeling en vooral op de therapietrouw. De huidige behandelingen lossen dat symptoom niet op, maar vorsers hebben misschien de filosofische steen gevonden.
De DSM-V definieert anhedonie als één van de twee cardinale symptomen bij de diagnose van een episode van ernstige depressie zowel bij depressie in engere zin als bij een bipolaire stoornis. Verschillende studies hebben aangetoond dat anhedonie gepaard gaat met andere stoornissen en ook het risico op zelfmoord verhoogt. Een groep Britse en Amerikaanse vorsers heeft ketamine uitgetest. Ketamine werkt in op de NMDA-receptoren en dus op het glutaminerge systeem.
Ketamine verbetert de symptomen van een depressie in engere zin en bipolaire stoornissen snel, maar het was nog niet bekend of ketamine een specifiek heeft op de anhedonie. De onderzoekers hebben daarom een dubbelblinde, placebogecontroleerde cross-overstudie uitgevoerd bij 36 patiënten (van wie 21 vrouwen) van 18-65 jaar met een type I of type II bipolaire stoornis met een ernstige depressie die niet reageerde op de gebruikelijke behandelingen.
De studie heeft de kortetermijneffecten van ketamine onderzocht, los van zijn effect op de depressie. Al na 40 minuten na één enkel infuus herstelde de situatie volledig bij die nochtans therapieresistente patiënten en ze kregen weer veel belangstelling voor activiteiten die hun plezier bezorgden. Dat effect bleef 14 dagen gehandhaafd. De andere depressieve symptomen verbeterden binnen 2 uur en het gunstige effect op de anhedonie bleef gehandhaafd, ook als er geen effect was op de depressie. De vorsers hebben dan onderzocht welke hersenstructuren daarbij betrokken zijn. Met een PET-scan hebben ze kunnen aantonen dat gemerkt ketamine wordt opgenomen in de cortex cingularis anterior. Ketamine zou inwerken op glutamaat en zou de effecten van dopamine verminderen.
De auteurs concluderen dan ook dat hun studie wijst op het potentiële nut van NMDA-receptorantagonisten bij de behandeling van depressie.