Placebo: een antipsychotisch effect
Dr. John Haygarth heeft als eerste gesproken van een placebo-effect in 1800. Sinds het princeps artikel van Henry Beecher in 1955 blijft het placebo-effect intrigeren. En psychiaters mogen zich zelfs zorgen beginnen te maken. Studies wijzen immers op een almaar sterkere respons op de placebo, waardoor het verschil met de actieve behandeling kleiner wordt.
Vorsers van New York hebben een meta-analyse uitgevoerd van het placebo-effect. Ze hebben daarvoor alle gerandomiseerde placebogecontroleerde of vergelijkende klinische studies met antipsychotica doorgenomen die werden gepubliceerd tussen 1960 en 2013.
Voor hun meta-analyse hebben ze alleen studies van 4 tot 24 weken gehandhaafd die werden uitgevoerd bij patiënten van 18 jaar of ouder met schizofrenie of schizoaffectieve stoornissen. Hun werkhypothese was dat de gemiddelde verbetering van de patiënten in de placebogroep is toegenomen sinds 1960.
In de 105 geanalyseerde studies is de gemiddelde verandering in de placebogroep mettertijd significant toegenomen, terwijl de verandering in de actief behandelde groep mettertijd is afgenomen. Er werden significante interacties ontdekt tussen de toewijzing van de patiënten tot een gegeven behandeling in een efficiënte dosering en het jaar van publicatie, de ernst van de ziekte en de duur van de studie. Dat wijst erop dat het verschil tussen het geneesmiddel en de placebo mettertijd significant is afgenomen naarmate de aandoening bij inclusie verminderde en de studies langer duurden. Vrij verrassend is dat er een sterkere verbetering werd genoteerd in vergelijkende klinische studies dan in placebogecontroleerde studies.
De patiënten zouden ook meer verwachten van de behandeling. Dat alles zou dus verklaren waarom het gemiddelde verschil tussen de behandeling en de placebo kleiner wordt. Dat zou ten onrechte de indruk kunnen scheppen dat de medicatie minder efficiënt is.