Depressie bij kanker onderbehandeld?
De cijfers zijn duidelijk: kankerpatiënten zijn vaak depressief en worden daar onvoldoende voor behandeld.
Dat kankerpatiënten vaak een depressie in engere zin vertonen, verwondert eigenlijk niemand. Maar er zijn zeer weinig gegevens over de reële prevalentie van depressie bij kankerpatiënten naargelang van de ligging van de primaire tumor. Ook het verband tussen depressie en de klinische en demografische variabelen per kankergroep zijn niet goed bekend. En niemand weet precies hoeveel depressieve kankerpatiënten goed worden behandeld.
Schotse vorsers hebben die gegevens geanalyseerd bij patiënten met borst-, long-, colorectale, urogenitale of gynaecologische kanker die hadden deelgenomen aan een routinescreening op depressie in Schotland tussen 2008 en 2011. De screening werd uitgevoerd in twee fasen. Eerst werd de score van depressie gemeten met een specifieke schaal, de Hospital Anxiety and Depression Scale. In een tweede fase werd een gestructureerd interview afgenomen. Die resultaten werden dan gecorreleerd met demografische en klinische gegevens.
De vorsers hebben meer dan 21.000 patiënten gerekruteerd voor hun studie. De prevalentie van depressie in engere zin was hoger bij de patiënten met longkanker (13,1%, 95% BI 11,9 - 14,2%), gevolgd door patiënten met een gynaecologische kanker (10,9%, 9,8-12,1), borstkanker (9,3%, 8,7-10,0), colorectale kanker (7,0%, 6,1- 8,0) en tot slot urogenitale kanker (5,6%, 4,5-6,7). De prevalentie van depressie in engere zin was altijd hoger bij de jongere patiënten, bij patiënten met weinig sociale contacten en vooral bij vrouwen.
Indrukwekkend was vooral dat 73% van de 1.538 patiënten met een depressie van wie alle gegevens over de behandeling beschikbaar waren, geen potentieel efficiënte behandeling kregen. De auteurs concluderen dan ook dat een depressie zeer frequent is bij kanker en dat de meeste patiënten niet worden behandeld. Daar zou dus dringend werk van moeten worden gemaakt.