ADHD en het gerecht
Er wordt almaar vaker een diagnose van aandachtstoornis met hyperactiviteit (ADHD) gesteld bij kinderen en adolescenten en ze worden almaar vaker behandeld met psychostimulerende middelen. Meerdere retrospectieve populatiestudies hebben uitgewezen dat die mensen het naderhand weleens aan de stok krijgen met het gerecht.
Om dat te verifiëren, hebben Australische vorsers tussen 1995 en 2010 een cohortonderzoek uitgevoerd in niet-autochtone populaties in het westen van Australië. Ze hebben in het totaal 12.831 kinderen, adolescenten en jongvolwassenen van 10-21 jaar (van wie 9939 jongens) met ADHD gevolgd die daarvoor werden behandeld met psychostimulantia. Alle proefpersonen waren opgenomen in het Monitoring Drugs of Dependence System, een Australische gegevensbank van drugsverslaving.
Die proefpersonen werden vergeleken met 29.722 controlepersonen (van wie 22.875 jongens) die niet verslaafd waren. Gegevens over plaatsing in een heropvoedingsinstelling of een gevangenis werden gehaald uit het register van Total Offending Management Solutions (TOMS).
Patiënten met een ADHD waren vaker een heropvoedingsinstelling opgenomen dan mensen zonder ADHD: 8% versus 4% bij jongens en 3% versus 1% bij meisjes. De frequentie van gevangenneming bleef zeer laag, maar de frequentie van opname in een verbeteringsgesticht en gevangenneming was toch respectievelijk 2,48-maal en 2,63-maal hoger bij jongens met ADHD dan bij kinderen/adolescenten/jongvolwassenen zonder ADHD. Bij meisjes was dat risico respectievelijk 3- en 7-maal hoger. De frequentste redenen waren inbraken en diefstal met braak.
De auteurs stellen dat ADHD tijdig zou moeten worden opgespoord en behandeld om te voorkomen dat die kinderen, adolescenten of jongvolwassenen in aanraking zouden komen met het gerecht.