Antidepressiva met of zonder cognitieve therapie?
Antidepressiva werken goed, maar sommige patiënten geraken toch moeilijk in remissie en slechts enkele patiënten genezen. Je zou denken dat toevoeging van een cognitieve therapie altijd heilzaam is. Niet dus.
Amerikaanse vorsers hebben het effect van een combinatie van antidepressiva en cognitieve therapie onderzocht bij 452 ambulante patiënten met een chronische of recidiverende depressie in engere zin. De studie werd uitgevoerd in drie ziekenhuiscentra in de VS.
De patiënten kregen ofwel antidepressiva alleen ofwel een combinatie van antidepressiva en cognitieve therapie. De behandeling werd voortgezet gedurende hoogstens 42 maanden tot genezing. De patiënten werden geëvalueerd met de schaal van Hamilton.
Niet goed voor iedereen
De kans op genezing was hoger met de combinatietherapie dan met antidepressiva alleen: respectievelijk 72,6% en 62,5% (HR 1,33). Dat effect hing evenwel af van de ernst en het al dan niet chronische karakter van de depressie. De combinatietherapie was vooral efficiënt bij patiënten met een ernstige, niet-chronische depressie: de kans op genezing bedroeg dan 81,3% met de combinatietherapie en 51,7% met geneesmiddelen alleen (HR 2,34). Het aantal patiënten dat de behandeling heeft stopgezet, was evenwel lager in de groep die de combinatietherapie kreeg, dan in de groep die alleen antidepressiva kreeg: respectievelijk 18,9% en 26,8%. Dat is gedeeltelijk toe te schrijven aan het lagere aantal bijwerkingen in de groep die de combinatietherapie kreeg. De lagere frequentie van bijwerkingen zou dan weer te danken zijn aan een geringer aantal episoden van depressie in engere zin.
Het remissiepercentage verschilde niet naargelang van de ernst of het al dan niet chronische karakter van de depressie. De tijd tot genezing was echter langer bij de patiënten die ook as II-stoornissen vertoonden, ongeacht de ernst van de initiële depressie.
Tot besluit: een combinatie van antidepressiva en cognitieve therapie is efficiënter dan antidepressiva alleen, maar niet bij alle patiënten.