Spasmodische torticollis: de hersenen stimuleren
Al lang worden meerdere aandoeningen behandeld met neurostimulatie. Een internationale groep heeft nu ook een studie uitgevoerd bij patiënten met cervicale dystonie die niet reageerden op de andere behandelingen.
Cervicale dystonie of spasmodische torticollis is de frequentste vorm van focale dystonie bij volwassenen. Die aandoening treft ongeveer 57 per miljoen inwoners in Europa, komt vaker voor bij vrouwen dan bij mannen en vooral tussen de leeftijd van 30 en 60 jaar, hoewel de aandoening ook vroeger kan opkomen. De klassieke behandeling bestaat in herhaalde injectie van botulinetoxine op verschillende plaatsen. Duitse, Noorse en Oostenrijkse artsen hebben de werkzaamheid van stimulering van het pallidum onderzocht bij patiënten die niet reageerden op andere behandelingen.
Ze hebben daarvoor een gerandomiseerde, gecontroleerde (versus nepstimulering) studie uitgevoerd bij patiënten van 18-75 jaar die al sinds minstens drie jaar een cervicale dystonie vertoonden en een TWSTRS-score* hadden van minstens 15 punten. De neurostimulering bestond in toediening van een stroom van 0,5 V met een frequentie van 180 Hz en een amplitudo van 120 µsec. Alle patiënten hebben een diep implantaat gekregen en werden gedurende drie maanden behandeld. De patiënten in de controlegroep kregen ook een implantaat, maar zonder stimulering. Na drie maanden werden ook de patiënten uit de controlegroep gestimuleerd en drie maanden later geëvalueerd. De evaluatie werd uitgevoerd door twee experts op het gebied van dystonie die niet wisten welke behandeling de patiënten kregen.
Doeltreffend, maar...
Tussen 2006 en 2008 werden 62 patiënten gerekruteerd, van wie er 32 werden gerandomiseerd naar neurostimulering en 30 naar nepstimulering. Na drie maanden kon 97% van de patiënten worden geëvalueerd en na zes maanden 90%. Na drie maanden was de dystonie sterker verbeterd in de gestimuleerde groep dan in de andere: - 5,1 punten versus - 1,3 punten. 34% van de patiënten in de actieve groep en 30% van de patiënten in de controlegroep hebben bijwerkingen gerapporteerd. Ernstige bijwerkingen waren te wijten aan de procedure van implantatie en niet aan de stimulering zelf.
Neurostimulering blijkt dus goede resultaten te geven. Toch is voorzichtigheid geboden. De auteurs vinden dat de follow-up nog moet worden voortgezet voor die behandeling kan worden aanbevolen bij patiënten die niet reageren op andere behandelingen.