Reumatoïde artritis en screening op hiv: opgelet voor fout-positieve uitkomsten
Een positieve reumafactor en antistoffen tegen gecitrullineerde peptiden zouden fout-positieve uitkomsten kunnen geven bij hiv-screening. Dat is een belangrijk gegeven. De meeste patiënten met reumatoïde artritis zijn immers reumafactorpositief en hebben een hoge concentratie van antistoffen tegen gecitrullineerde peptiden. De studie vergelijkt ook meerdere testmethoden (immunologische en western-blot) en toont aan dat de resultaten kunnen afhangen van de gebruikte methode.
De gevoeligheid en de specificiteit van de reumafactor (RF) bij reumatoïde artritis (RA) zijn bijna 80%. Reumafactor kan ook positief zijn bij gezonde mensen (10%), het sjögrensyndroom (50-80%), systemische lupus erythematosus (20-30%) en concomiterende chronische infecties. De sensitiviteit van antistoffen tegen gecitrullineerde peptiden (CCP-antistoffen) bedraagt 70% en de specificiteit meer dan 90%. CCP-antistoffen zijn dan ook een diagnostische marker. In een studie bij 127 patiënten die gedurende 3 jaar werden gevolgd, werd bij 93% van de patiënten met CCP-antistoffen een diagnose van RA gesteld (OR = 37,8, 95% BI 13,8 - 11,9). In een andere studie bij 179 patiënten die voldeden aan de ACR-criteria voor RA, en 448 controlepersonen had de combinatie van RF en CCP-antistoffen een specificiteit van 99,6%. Kunnen die immunologische factoren de opsporing van een hiv-infectie beïnvloeden?
Meer fout-positieve uitkomsten met ECLIA
De studie1 werd uitgevoerd bij 100 RA-patiënten die tussen januari 2012 en februari 2013 in de studie werden opgenomen, en een controlegroep. Er werden twee immunologische methoden voor detectie van hiv gebruikt: ECLIA (Electro-Chemiluminescence-ImmunoAssay) en ELISA (Enzyme Linked ImmunoAssay). De screening werd uitgevoerd met een ECLIA, die het antigeen p24 en antistoffen tegen hiv1 en hiv2 detecteert, en met een ELISA, die antistoffen tegen hiv1 en hiv2 detecteert. Alle positieve monsters werden in de CDC bevestigd met de western-blottechniek. De antistoftiters van RF-IgG, RF-IgM, RF-IgA en anti-CCP-IgG werden ook geanalyseerd met een immuno-enzymatische methode. Het aantal fout-positieve uitkomsten was significant hoger met ECLIA dan met ELISA (p < 0,01), maar belangrijk is vooral dat fout-positieve uitkomsten bij RA-patiënten significant correleerden (p < 0,01) met RF-IgG, RF-IgM en RF-IgA en positieve CCP-IgG. De auteurs concluderen dan ook dat immunologische factoren zoals RF en anti-CCP-antistoffen en andere factoren invloed kunnen hebben op de resultaten van screening op hiv.