Naar een vroegere en betrouwbaardere diagnose van alzheimer
Aangezien de symptomen van de ziekte van Alzheimer niet specifiek zijn voor die aandoening alleen, kon de zekerheidsdiagnose tot dusver pas gesteld worden als de patiënt dement werd of als hij overleed, zodat zijn hersenletsels onderzocht konden worden.
Bovendien wordt bij minstens één op de drie personen verkeerdelijk de diagnose van alzheimer gesteld. Daarom heeft een internationale groep van neurologen, dezelfde die in 2005 de diagnostische criteria aanpaste en er in 2007 nieuwe voorstelde, zopas een eenvoudiger en betrouwbaarder test ontwikkeld.
Aan de hand van die test kan de ziekte vroeger worden opgespoord, zelfs voor er symptomen optreden, en met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid. De test is gebaseerd op tien lipidenmarkers in het bloed.
Ongeacht het stadium van de ziekte berust de test op één enkel paar van klinisch-biologische criteria. Enerzijds een abnormale concentratie van hersenproteïnen (te weinig bèta-amyloïdeiwit en te veel tau-eiwit) in het cerebrospinale vocht, en anderzijds een positronemissietomografie (PET-scan) van de hersenen. Bij dat beeldvormingsonderzoek kan een hogere weefselconcentratie van de marker amyloïd worden aangetoond.
"We hebben onze bestemming bereikt en een uitgepuurde test ontwikkeld die de essentie omvat, waarover internationale consensus bestaat", zei een opgetogen prof. Bruno Dubois (Inserm), coördinator van dit project dat negen jaar geduurd heeft.
(referenties: The Lancet Neurology, juni 2014, doi:10.1016/S1474-4422(14)70090-0, en persmededeling van het Inserm, 30 juni 2014)