Depressie, nog een verhaal van massa
Neurologen en psychiaters die het hebben over overgewicht en zwaarlijvigheid. Wat gaan we nog meemaken? In deze studie gaat het over depressie en meer bepaald over de mechanismen die ten grondslag liggen aan de twee aandoeningen, en de links tussen beide.
Je zou kunnen denken dat het gaat om een depressie bij zwaarlijvige patiënten. Het zou inderdaad kunnen dat mensen depressief worden omdat ze zwaarlijvig zijn. In feite blijkt het net het tegendeel te zijn. De Zwitserse vorsers hebben nagegaan welke subtypes van depressie in engere zin (melancholische, atypische, gecombineerde of niet-gespecificeerde) obesitas en een verandering van de BMI, de middelomtrek en de vetmassa voorspellen.
Deze prospectieve studie werd uitgevoerd bij proefpersonen woonachtig in Lausanne die bij de start van de studie in 2003 35 tot 66 jaar oud waren. 3.054 mensen hebben erin toegestemd om een lichamelijk en psychiatrisch onderzoek te ondergaan bij de start van de studie en een lichamelijk onderzoek op het einde van de follow-up, 5,5 jaar later. De gemiddelde leeftijd bij inclusie was 49,7 jaar en 53,1% van de deelnemers was van het vrouwelijke geslacht. De vorsers hebben de depressie geëvalueerd volgens de criteria van de DSM IV. Ze hebben informatie verzameld over de diagnose, de demografische kenmerken, de levensgewoontes, de behandeling, de BMI, de middelomtrek en de vetmassa. Bij analyse bleek alleen een atypische depressie in engere zin te correleren met een toename van de adipositas. Die patiënten hadden een hogere BMI (+ 3,19 punten), waren 3,75-maal vaker zwaarlijvig en hadden een grotere middelomtrek (+ 2,44 cm). Bij mannelijke patiënten was de vetmassa met 16,36 kg toegenomen.
Patiënten met een atypische depressie in engere zin lopen dus een hoog risico om aan te komen in gewicht. Dat zou de artsen ertoe moeten aanzetten om dergelijke patiënten op te sporen.